[an error occurred while processing this directive] [an error occurred while processing this directive]
Je ware zelf ontdekken Lezing van Barbara Cahill op de 16de Algemene Bijeenkomst in het SGI-UK centrum in Endinburgh, Schotland – 13 juni 1998
Vertaling Karen de Groot

“Om als menselijke wezens een leven te leiden dat hun humaniteit waardig is, moeten zij terugkeren naar een kennisneming van hun aard als deel uitmakende van de universele levenskracht en zullen zij dit moeten beschouwen als de basis van al hun handelingen. Als zij eenmaal deze houding hebben aangenomen, zullen zij ook in staat zijn om het gevoel van waarde te creëren dat tegenwoordig hoogst noodzakelijk is. Dit gevoel van waarde zal een overheersende plaats geven aan het leven zelf en het zal er toe bijdragen dat de grootste zorg wordt gewijd aan het oplossen van de vragen omtrent het leven, wat de antwoorden op alle andere vragen zal bepalen”.
Daisaku Ikeda: ‘Choose Life’, p. 139

Dus Sensei zegt in dat citaat: “… menselijke wezens… moeten terugkeren naar een kennisneming van hun aard als deel van de universele levenskracht..” En hij zegt dat dit belangrijk is als zij “…het gevoel van waarde willen creëren dat tegenwoordig hoogst noodzakelijk is”. Met andere woorden, door tot de conclusie te komen dat ieder van ons deel is van iets groters, kunnen wij begrijpen dat wijzelf een gevoel van waarde kunnen creëren. We kunnen ons leven en dat van anderen doordríngen met een gevoel van waarde. Dat is wat tegenwoordig zo zeer ontbreekt. Dit is waar ik vandaag over wil praten. Ik voel aan dat de beoefening gaat over het ontwikkelen van dit besef van de grootsheid van ons leven.

Het lijkt er echter op alsof alles tegen ons werkt om de grootsheid van ons leven te doen begrijpen. Het schijnt dat we al in de vroegste kinderjaren gewaarschuwd werden om niet zo veel aan onszelf te denken. Dit ontwikkelde een diep conflict vanbinnen, omdat vrij natuurlijk het ego al die tijd aan het vechten was om te overleven en alle gedachten en belangen op onszelf richtte. En dan vertellen onze ouders en anderen ons dat dit niet zou mogen gebeuren. Uiteraard bracht dit een afkeer van onszelf voort en leidde zelfs tot zelfhaat. En we hebben ons daaraan vastgehouden tot in onze volwassenheid en we durven het vaak niet eens te erkennen. Als ik over mezelf denk, dan ben ik me bewust van mijn behoeftes en mijn gebreken. Maar het Boeddhisme zegt dat onzs leven veel meer dan dat is – ons wordt verteld dat we een groter zelf, ofwel een ware zelf, hebben waar we ons op zouden moeten richten. Dit kan tweeslachtig lijken. Hierover wil ik vandaag spreken.

Ik wil echter niet dat we onszelf belachelijk maken, door te zeggen dat het ego helemaal verkeerd is en dat we ons ervan moeten ontdoen in de zoektocht naar een groter zelf. Als we dit zouden doen, dan zouden we gewoonweg nogmaals westerse culturele waarden toepassen door een vinger te wijzen naar ons ego en in zekere zin het ego proberen uit te bannen.

Om het grotere zelf te ontdekken moeten we het tegenovergestelde doen van onszelf te kastijden. We moeten onszelf accepteren, onszelf omarmen, hoe slecht we ook mogen denken dat we zijn. Dit is misschien niet makkelijk om te doen, omdat het zo tegen onze opvoeding ingaat, maar laten we het proberen te doen.

Laten we beginnen met krachtig te bidden over ons eigen leven – om onszelf te accepteren en te omarmen. Dit zou ons eerste gebed kunnen worden waar we elke dag naar terugkeren als we daimoku chanten: “Ik bid om mezelf te accepteren en lief te hebben”. “Ik bid om mijn hele leven te omarmen, niet alleen de stukken waar ik van denk dat ze goed zijn”. De reden waarom we op die manier zouden moeten bidden is dat, door jezelf helemaal te accepteren, je in beweging komt vanuit dit schijnbare gebrekkige zelf – een zelf dat zich verbonden heeft met verwijt en zelfhaat – naar iets waarin je een ware zelf kunt accepteren en dat een ware zelf zou kunnen bestaan. Dus, om het ware zelf te ontdekken, moeten we het zelf accepteren dat op zoek is naar het ware zelf. Dus dit is ons basisgebed: “Ik bid om mezelf, mijn hele leven, te accepteren en lief te hebben.”

Laten we naar de boeddhistische beoefening kijken als een middel om te veranderen, niet om anderen of de situatie te veranderen, maar om onszelf te veranderen. Het is echt geweldig wanneer je dit idee van zelfverandering te pakken krijgt en het je eigen maakt. Elke gebeurtenis wordt dan een sleutel tot een zekere verandering of een transformatie in jezelf. Dan heb je geleerd hoe je het gehele leven de aarde kunt laten zijn waarin je eigen prachtige leven kan bloeien.

Echter, om zo over je eigen leven te denken als iets prachtigs, als een rijk iets, lijkt vaak onverdraaglijk egoïstisch. We hebben de neiging om het tegenstrijdige idee te hebben dat hoe minder we aan onszelf denken en hoe meer we onszelf geringschatten, dit betekent dat we vaker aan anderen zullen denken en hoe beter we over anderen zullen denken! Maar precies het tegenovergestelde gebeurt! Hoe meer we onszelf kleineren, hoe meer we anderen kleineren!

Ik wil terugkeren naar dit punt, omdat het eigenlijk centraal staat in deze lezing: ik wil jullie vragen – wanneer je bidt, naar wie of wat bid je? Ik weet dat we allemaal zullen antwoorden, “De Gohonzon”. Maar hebben we de neiging om over de Gohonzon te denken als God?
Met andere woorden, misschien denken we dat het de Gohonzon is die al onze gebeden zal beantwoorden, ons zal geven wat we willen, als we maar goed genoeg zijn, we genoeg daimoku doen, we nooit gongyo missen! Ik weet dat we dit misschien niet bewust denken. Maar omdat we in een cultuur zijn opgegroeid waarin verteld werd dat de kracht buiten onszelf is, dat God de kracht heeft, dat we nooit zo egoïstisch moeten zijn om te denken dat we zelf kracht bezitten – in zo’n cultuur is het heel moeilijk om te denken dat het mijn eigen leven is dat dingen laat gebeuren. Dit is een grote verandering in ons denken die we moeten maken – zelfs na te gaan hoe we over de Gohonzon denken.

Ik hou echter vol dat juist op dit vlak, van waar we naar bidden, dat we daar enige verandering in aan moeten brengen. Het is natuurlijk belangrijk dat we stoppen met de Gohonzon te zien als de God van onze kindertijd. De Gohonzon is onze Boeddha natuur. De Gohonzon is ons eigen leven dat Boeddhaschap manifesteert. Dus we bidden tot ons eigen leven dat we ons bewust gaan worden van onze Boeddha natuur en dit besef instandhouden.

Laten we hier nog wat verder op doorgaan. President Ikeda heeft hier al een hele tijd overgeschreven en gesproken. Wanneer ik chant om mijn eigen Boeddha natuur te openbaren, zou je kunnen zeggen dat ik in feite niet zomaar iets onthul dat bij mij hoort, maar de Boeddhaschap van het gehele universum. Er is geen verschil tussen de Boeddhaschap van een individueel leven en de Boeddhaschap van de zee of de lucht, of van een klein dier of een ander individu. Deze alles reikende, alles omvattende, geheel krachtige, geheel meedogende staat bestaat overal, de hele tijd. Als we moeite doen om het te openbaren, veranderen we ons leven.


Wat is ons leven? Wat is het leven zelf? Het Boeddhisme heeft altijd over het leven gesproken in termen van relaties en heeft geprobeerd het leven te doorgronden door de relatie die bestaat te beschrijven. Dit betekent het begrip van ‘funi’, wat een afkorting is van ‘nini funi’ – ‘twee maar niet twee’ – ‘schijnbaar twee, maar in feite één’. Dus het lichaam en de omgeving – dat is ‘funi’ – ziet er uit als twee, maar is in feite één. Het lichaam en de geest is ook ‘funi’. Zodoende worden we met deze twee begrippen aangemoedigd om het leven als een geheel te zien en niet als gescheiden kleine bestaanseenheden.

Maar om het leven te zien als een onafgebroken geheel is zo totaal anders als de kijk op het leven die we al hebben. Tenzij je een van diegenen bent die dit denkbeeld al heeft gelezen en erover gechant heeft en het al heeft uitgedaagd, zal het zo zijn dat je jouw leven volkomen gescheiden ziet van het leven dat buiten jezelf aan de gang is. Het is heel gemakkelijk om het leven buiten jezelf te zien als iets waar je heel weinig invloed op hebt. Zo heeft de wetenschap ons aangemoedigd om objectief te denken over dit leven aan de buitenkant, alsof het begrepen kan worden door er objectief naar te kijken. Deze visie op het leven werd ontwikkeld in de 17e eeuw en het is sindsdien in een zeer krachtige vorm bij ons gebleven.

Echter, door het leven te objectiveren en te zeggen dat ik en jij alleen maar toeschouwers van het leven zijn, is daarbij een cruciaal aspect van het leven verwijderd. Dit cruciale aspect is onze subjectieve realiteit. Het is deze subjectiviteit waar de meeste mensen aan het eind van de 20ste eeuw naar zoeken en proberen te herstellen. Dit is het sleutelelement in het leven en het belang daarvan wordt in het boeddhistische begrip van ‘esho funi’ uitgelegd, wat betekent dat het subject, ofwel je eigen subjectieve zelf, gerelateerd is aan de objectieve wereld door het denkbeeld van ‘funi’ – ‘twee maar niet twee’. Met andere woorden, de objectieve wereld lijkt van mezelf, dit subjectieve zelf, te zijn gescheiden, maar we zijn ‘funi’, niet twee.

Trouwens, dit boeddhistische begrip, wat Nichiren Daishonin zevenhonderd jaar geleden onderwees, wordt nu door de bevindingen van de wetenschap bewezen. Alhoewel wetenschappers oorspronkelijk de waarheid over het leven probeerden te ontdekken door alles te reduceren tot het allerkleinste subatomische deeltje, wat ze daadwerkelijk vonden, toen ze op dit microscopische niveau belandden, was dat er geen díngen waren, maar relaties. Hier is een lang citaat van Fritz Capra, wat het heel goed uitlegt:

“(De) kwantum theorie bevrijdde (wetenschappers) ervan om het feit te kunnen accepteren dat de massieve (vaste) stoffelijke voorwerpen van de klassieke natuurkunde op een subatomisch niveau ontbinden in golvende patronen van waarschijnlijkheden. Voorts vertegenwoordigen deze patronen niet waarschijnlijkheden van dingen maar meer waarschijnlijkheden van onderlinge verbindingen. De subatomische deeltjes hebben geen betekenis als geïsoleerde entiteiten (wezens), maar kunnen alleen worden begrepen als onderlinge connecties of correlaties tussen verschillende processen van waarneming en metingen. Met andere woorden, subatomische deeltjes zijn niet ‘dingen’ maar onderlinge verbindingen tussen dingen en deze zijn, op hun beurt, onderlinge connecties tussen andere dingen enzovoort. In de kwantum theorie eindigen we nooit enige ‘dingen’, we hebben altijd te doen met onderlinge verbintenissen.

… kwantum fysica laat zien dat we de wereld niet kunnen ontbinden in onafhankelijk bestaande elementaire eenheden. Naarmate we onze aandacht verschuiven van macroscopische voorwerpen naar atomen en subatomische deeltjes, laat de natuur ons geen enkele geïsoleerde bouwstenen zien, maar verschijnt het veeleer als een ingewikkeld web van relaties tussen de verschillende deeltjes van een verenigd geheel”.
F. Capra, ‘The web of Life’, p.30

Het belang hiervan is tweeledig. Ten eerste bekrachtigt het de boeddhistische opvatting. Het bekrachtigt de boeddhistische leerstelling die altijd over het bestaan van deze relaties heeft onderwezen. En ten tweede, en dat is belangrijker, kan het leiden tot een nieuwe manier van naar onszelf te kijken en naar ons geloof te kijken. De oude wetenschappelijke theorieën leerden dat de objectieve wereld daar buiten was en dat iedere persoon gewoon een toeschouwer was. De nieuwe wetenschappelijke theorieën onderwijzen dat het gehele leven een ingewikkeld netwerk van relaties is. Wijzelf zijn ons misschien niet al te bewust van deze relaties, eerstens omdat ze op een onzichtbaar niveau bestaan en ten tweede omdat iedereen van nature geleerd werd – en wat onze ganse cultuur honderden jaren heeft geloofd – dat het aspect van het leven wat daarbuiten bestaat totaal gescheiden is van wat binnenin bestaat. In plaats van dat het leven is gevormd uit individuele, geïsoleerde dingen die secuur geanalyseerd kunnen worden door wetenschappers, ontdekken we nu dat het in feite allemaal onderling verbonden is.

Maar welk verschil kan dit voor ons uitmaken? Denk aan het verschil tussen een toeschouwer zijn en een deelnemer zijn. De nieuwe wetenschappelijke theorieën leren ons dat we aan het leven deelnemen in plaats van het te aanschouwen. Stel je bijvoorbeeld voor dat je naar een bal gaat – als je het bal alleen maar gadeslaat als een muurbloempje, dan ben je een toeschouwer. Maar denk je eens in hoe anders het zal zijn als je opstaat en daadwerkelijk gaat dansen. Dan kun je op elkaar inwerken en beïnvloeden.

Of je het bal benadert als een toeschouwer of als een deelnemer bepaalt in hoge mate hoe jouw visie op het bal is, nietwaar? Hoe we het leven zien wordt verreweg bepaald of we het zien als een deelnemer of als een toeschouwer. Zie je dus dat, in al die honderden jaren, de aangeboren kracht en invloed van de mens sterk verminderd is omdat men geloofde dat de juiste respons naar het leven toe was om een objectieve toeschouwer te zijn en meer niet. We moeten proberen te begrijpen dat we wel invloed hebben op onze omgeving en we moeten beginnen om de invloed die we hebben richting te geven, zodat het weldadig voor iedereen wordt.

Dus het Boeddhisme leert iets totaal anders dan dit wetenschappelijke objectieve denkbeeld, wat ik zojuist heb uitgelegd. Wanneer we beginnen met de boeddhistische beoefening, gaan we zien dat ons leven veel meer invloed kan en zou moeten hebben als dat we voordien dachten. Ook wordt ons geleerd dat, de manier waarop we kijken naar en reageren op het leven buiten onszelf direct te maken heeft met de manier waarop we kijken naar en reageren op ons eigen subjectieve leven – dit wordt onderwezen in ‘esho funi’. Met andere woorden, er is geen een of ander objectief leven daarbuiten dat gescheiden is. Wat voor leven er ook is, jij en ik maken er deel van uit en als we het op enige manier willen veranderen kunnen we net zo goed beginnen met onszelf, want dat is het enige waar we zeker van kunnen zijn dat we kunnen veranderen. Dat is gehele bewijs van dit Boeddhisme, nietwaar? Vanwege de beoefening hebben we de mogelijkheid om onszelf te veranderen. En vervolgens, vanwege de ‘funi’ die we met de omgeving hebben, kunnen we de omgeving veranderen. De omgeving zal de verandering die er plaatsvindt weerspiegelen.

“Om meegesleurd te worden door andere mensen, of de omgeving, is niet de manier van leven die de Lotus Soetra leert. Waar geluk is niet dat je het ene moment je gelukkig voelt en het volgende moment ellendig. Het overwinnen van de neiging om anderen of de omgeving de schuld te geven van ons lijden, stelt ons in staat om onze levensstaat ten sterkste te ontwikkelen… In ieder geval, of we ons gelukkig of ongelukkig voelen, hangt uiteindelijk van onszelf af. We kunnen geen waar geluk vinden zonder onze eigen levensstaat te veranderen. Maar wanneer we onze innerlijke staat veranderen, dan wordt onze gehele wereld getransformeerd. Het uiteindelijke middel om zo’n verandering te verwezenlijken is het chanten van daimoku”.
Daisaku Ikeda: Lezing over “Geluk in deze wereld”, UKE april 1997

Onze innerlijke staat moet veranderen, dan wordt onze gehele wereld getransformeerd. Laten we het denkbeeld loslaten dat er daarbuiten ergens een of andere objectieve, ontoegevende wereld is waar we geen invloed op kunnen uitoefenen. Dit denkbeeld, dat we zo lang hebben gehad en wat zo ingeroest zit bij ons door wetenschappelijke en culturele leerstellingen en waarvan het Boeddhisme zegt: “Laten we het loslaten!”. Juist het tegenovergestelde is waar – ik kan de wereld buiten mij beïnvloeden – en het is bewezen door de wetenschap dat wij op een subatomisch niveau voortdurend een wisselwerking hebben met het leven – wij beïnvloeden constant de objectieve wereld op een subatomisch niveau. En wat we als de objectieve wereld zien of waarnemen werd en wordt door ieder van ons beïnvloed. In een fysieke zin is er voortdurend uitwisseling tussen ons en de zogenaamde wereld ‘daarbuiten’.

“Van het niveau van de elektronen tot dat van de sterren en de hemelstelsels, wijst de moderne natuurkunde op een eenheid van substantie en het omliggende leefmilieu. Deze interactie is zo intiem dat substantie en de omringende omgeving niet langer beschouwd kunnen worden als gescheiden entiteiten”.
L. Dossey: “Space, Time and Medicine”, p. 80

Is dat niet fantastisch? Dat is ‘esho funi’, zoals het door het Boeddhisme voor duizenden jaren onderwezen is – en de wetenschap bekrachtigt dat nu. Deze interactie wordt ‘biodans’ genoemd en het verwijst naar manier waarop chemische elementen heen en weer vloeien tussen menselijke wezens en hun omgeving. Natuurlijk kunnen we dit niet zien gebeuren. Ik veronderstel dat, als we dat wel konden, we miljoenen en biljoenen kleurrijke chemicaliën zouden zien dansen rond iedere persoon, ieder object. En al die personen of objecten zouden alleen maar een grotere verdichting van deze chemicaliën zijn. Maar ook al kunnen we het niet zien, we kunnen er verzekerd van zijn dat het er is, nu dat de wetenschap het heeft ontdekt.

Dit is op het fysieke niveau. Wat gebeurt er op het non-fysieke niveau, wat we de geest zouden kunnen noemen? Nou ja, sommigen van ons hebben al een soort verbondenheid met andere geesten gevoeld, maar wetenschappers hebben ontdekt dat dit fenomeen de hele tijd gebeurt – niet alleen wanneer we ons er bewust van zijn –er is altijd een uitwisseling tussen de geesten van mensen. De manier waarop dit wordt uitgelegd is dat ze geest ‘niet plaatselijk’ noemen.Met andere woorden, we denken dat onze geest opgesloten zit in ons hoofd, nietwaar – en ik denk dat mijn geest totaal anders is als die van jou? Maar waar de wetenschappers nu toe komen is het idee dat de geest iets is wat door iedereen gedeeld wordt. En dat begrip noemen ze de ‘niet plaatselijke geest’. Ze zeggen dat geest niet beperkt kan worden tot de fysieke hersenen in het fysieke lichaam. En ook, dat ‘niet plaatselijk’ betekent dat de geest niet tot een bepaalde persoon behoort.

“… als de geest niet plaatselijk is, dan moet het in enige zin onafhankelijk zijn van de eigenlijke plaatselijke hersenen en het lichaam… Als de geest niet plaatselijk is in ruimte en tijd, lijkt onze interactie met elkaar een vanzelfsprekend iets te zijn. Niet plaatselijke geesten zijn samensmeltende geesten, aangezien ze geen ‘dingen’ zijn die ommuurd en opgesloten kunnen worden in tijd of gerichte plaatsen in de ruimte”.
L. Dossey: “Recovering the Soul”, p. 37

We zijn zo gewend om te denken dat de geest en de hersenen dezelfde ruimte in ons hoofd innemen, dat het moeilijk voor te stellen is dat er iets anders mogelijk zou zijn. In het hierboven geciteerde boek wordt een lange, goed bewezen en onderzochte zaak gemaakt over het bestaan van een niet plaatselijk geest. Het is vol citaten van beroemde wetenschappers. Ik wil jullie graag twee dingen vragen: een ervan is om een oordeel te schorsen en met mij mee te gaan in waar ik hier over wil spreken; en de andere is, om dit te doen, omdat Sensei talrijke verwijzingen naar dit onderwerp heeft gegeven en dat hij duidelijk voelt dat tot op zekere hoogte overeenstemt met het boeddhistische denken. Dus ik denk dat, door dit soort stof te lezen, veel kan worden uitgelegd om een begrip te krijgen wat geloof is en wat Boeddhaschap is. Hier is nog een citaat:

“In het Westen hebben we tekort gedaan met de spanwijdte van het bewustzijn te beschrijven op het niveau van het ‘gezonde, functionerende ego’, waarmee we elke hogere dimensie die zou kunnen bestaan negeren. Een opmerkelijke uitzondering is het werk van Wilber, die in zijn boek “Spectrum van bewustzijn” een model vormt dat lijkt op de die uit het Oosten. Hij zegt: ‘Boven het niveau van gezonde ego liggen verschillende andere strata – verschillende subtiele en oorzakelijke gebieden en tenslotte de staat van ultieme eenheid’. Ik zal regelmatig verwijzen naar de laatste staat van uiterste eenheid als het hoogste zelf, de ziel, en de Ene Geest, welke eigenschappen bevat van het Goddelijke”.
L. Dossey: “Recovering the Soul”, p. 4

Dit vind ik nu heel dicht bij het boeddhistische begrip van de negen bewustzijnslagen komen, omdat als hij spreekt over ‘verschillende subtiele en oorzakelijke gebieden en tenslotte de staat van ultieme eenheid’, je zou kunnen zeggen dat dit dichtbij het deel komt van de negen bewustzijnslagen in het Boeddhisme. ‘Verschillende subtiele gebieden’ kan worden vergeleken met de zevende bewustzijnslaag, wat het spirituele denken is, zelfbewustzijn en intuïtie. En dan de achtste bewustzijnslaag van het karma pakhuis, zoals we het noemen, komt dichtbij het ‘oorzakelijke gebied’. En uiteindelijk de negende bewustzijnslaag, ofwel het fundamentele, zuivere bewustzijn van Boeddhaschap lijkt te zijn wat Wilbur en Dossey bedoelen ‘ultieme realiteit’. Dossey voert een argument aan voor het bestaan van één geest en noemt het de ‘ultieme eenheid’, dat eigenschappen van het Goddelijke’ bevat. Wanneer hij spreekt van ‘één geest’ schijnt hij te bedoelen een bewustzijn dat verder gaat dan individuele oefening en ontwikkeling. Dit is moeilijk om te beschrijven als we het woord ‘geest’ gebruiken. Misschien helpt het om het ‘één bewustzijn’ te noemen. We zouden dit kunnen zien als dat ene gebied in het leven wat we allemaal delen. Het wordt niet beïnvloed door de eigen individuele bestemming van iedere persoon op zich, maar is veeleer voor iedereen voorhanden als het grootse wezenlijk leven van het universum.

Nadat ik een veel recent geschreven werk van Sensei heb gelezen (Hij schrijft over Dr. Dossey in ‘Conversaties nr25’), vind ik het erg interessant om zoveel verklaringen van wetenschappers tegen te komen die zowaar het begrip van Boeddhaschap bewijzen – dat Boeddhaschap niet langer wordt afgedaan als iets spiritueels, iets vaags, iets waar moeilijk over te praten valt. Hier nemen de wetenschappers daadwerkelijk kennis van wat wij altijd gekend hebben als de fundamentele levenskracht, het wezenlijke zuivere leven van het universum. Er zijn vele manieren om dit fenomeen, wat we afwisselend noemen ‘het grootse fundamentele leven van het universum’ of het negende bewustzijn’ of ‘Boeddhaschap’ of ‘één geest’, te begrijpen. Maar laat ik een beetje achtergrondinformatie geven voor de reden waarom sommige wetenschappers nu zo geïnteresseerd zijn in dit gebied.

Toen natuurkundigen voor het eerst de kleinste bouwsteen van het leven probeerden te ontdekken, troffen ze een onverwacht fenomeen aan. De allerkleinste subatomische deeltjes konden niet worden vastgelegd en in feite leken ze hun eigenschappen te veranderen overeenkomstig naar wat de waarnemer, de wetenschapper vroeg. Dit bracht hen tot de conclusie, waar ik eerder in een citaat naar verwees, dat er daar geen ‘dingen’ zijn – er zijn alleen maar relaties.

Het volgende citaat is van Chandra Wickramasinghe, die onderwijs geeft in Wales en een grote vriend van Sensei is:

“De interactie tussen het menselijke bewustzijn en levenloze stoffen in kwantum mechanica brengt me tot de gedachte te speculeren dat ons bewustzijn op de een of andere manier afgeleid is van een kosmisch bewustzijn dat gezien zou kunnen worden als dat het alles doordringt”.
C. Wickramasinghe en D. Ikeda: “Space and Eternal Life”, p. 117

Dus wetenschappers en mensen die onderlegd zijn in de wetenschap komen tot dit punt vanuit alle verschillende hoeken en ze komen tot dezelfde soort besef. We hebben de boeddhistische leerstellingen van de Lotus Soetra en Nichiren Daishonin en nu hebben we de wetenschappers – die ons allemaal hetzelfde vertellen – een menselijk leven is veel groter dan alleen maar een ego en een verzameling fysieke eigenschappen. Dit is wat Sensei zegt:

“Tegenwoordig hebben een transformatie nodig van hoe de maatschappij het menselijke wezen beschouwt. Wanneer het denkbeeld van de mensen over het menselijke wezen verandert, zal alles veranderen. Je moet jezelf niet onder het juk brengen van nationaliteit of etniciteit. Je moet niet van jezelf denken dat je machteloos bent, of als iemand die niet meer is dan een bundeltje stof. Je moet jezelf niet zien als een slaaf van je genen. In de grond heb je grenzeloos en onmetelijk potentieel. In de grond is het menselijke wezen één met het universum! Zo groot is de onmetelijke kracht van een persoon! Dit is de boodschap van de Lotus Soetra”.
D. Ikeda: “Conversaties over de Lotus Soetra” nr 25, p. 17,18

Is dat niet geweldig! Het is voor ons heel moeilijk om dit te geloven omdat we zo vast zitten in die manier van denken die beheerst wordt door de oude wetenschap. Dit is wat ik probeer te doen, dat we kunnen gaan zien dat – wat Sensei daar zegt – het echt mogelijk is en ook waar is!

Op het subatomische niveau hebben de mensen nu het besef gekregen van een kosmisch bewustzijn. Vanuit het standpunt van het Boeddhisme werd dit al meer dan duizend jaar geleerd. Dr. Dossey, die een klinische arts is, heeft ontdekt dat wat hij opvatte als dat het één geest was, alle fenomenen beïnvloedt, binnen een lichaam en daarbuiten. Hoe kan de geest, als die alleen maar in jouw hersenen vast zou zitten, jouw lichaam beïnvloeden? Ik denk dat we ons van bewust zijn van de invloed die gedachte heeft, dus we weten eigenlijk al dat de geest niet alleen maar beklemd zit in onze hersenen. Maar hij vond het belangrijk om hierover wetenschappelijke bevindingen uit onderzoek te geven. Hij vertelde over een vrouw die door meditatie in staat was geweest om te verandering aan te brengen in de reacties van haar immuunsysteem. Na haar geheel gedocumenteerde geval te beschrijven, zegt Dr. Dossey hierover:

“Dit experiment en nog vele dergelijke andere experimenten geven de macht van de wetenschap tot taak om aan te tonen dat de geest zijn invloed kan uitstrekken tot ver buiten alleen de hersenen. Het toont aan dat de geest kan doordringen tot het niveau van de cellen van het lichaam en ‘verstandeloze’ lichamelijke processen kan wijzigen. Niet langer meer in de categorie van louter volkswijsheid of bijgeloof, is de verbondenheid van geest en lichaam nu een zaak die bewezen is door zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek”.
L. Dossey: ‘Recovering the Soul’, p. 24

Dat is geweldig nietwaar? In een ander experiment toonden mensen, die geïnjecteerd waren in hun rechterarm met een huidtest voor TB, een sterke reactie in de rechterarm. In hun linkerarm kregen ze een onschuldige zoutachtige oplossing. Toen werden de injecties verwisseld zonder dat het hen verteld werd en ze kregen nog steeds de reactie in hun rechterarm. Hierover merkt hij op:

“Hun verwachtingen schenen in staat om de louter fysieke reacties van het lichaam te niet te doen. Hun lichaam begon zich duidelijk te gedragen naar wat hun gedachten hun voorschreef”. L. Dossey: “Recovering the Soul”, p.25

Ons is hierover verteld – als je ziek bent dan chant je daarvoor en stuur je jouw daimoku naar die plek. Ik denk dat het hetzelfde is – je gedachten sturen naar de plek die ziek is. Ik zal hier later over spreken onder ‘De kracht van gebed’.

Het punt wat Dr. Dossey maakt is dat wij veel te lang gedacht hebben dat ons lichaam als een machine is en onze geest als een computer is. Maar dit was kennelijk niet wat hij veelal waarnam. En natuurlijk stemmen zijn waarnemingen overeen met de bevindingen van de moderne fysica zoals voorheen beschreven. Waarom is dit belangrijk voor ons?
Zowel president Ikeda als Dr. Dossey geloven dat de fragmentatie van het leven, het scheiden van verschillende aspecten van het leven – zoals bijvoorbeeld het scheiden van lichaam en geest – dat deze manier van denken over het leven dat het gescheiden is van elkaar in plaats van geïntegreerd, dat het zo duidelijk is dat het de oorzaak is van onze hoofdpijn en ons lijden en onze ziektes en onze ontevredenheid. Als we het leven zien als iets daarbuiten en gescheiden van ons, kunnen we het vaak niet accepteren en zijn we er bang voor. Deze manier van denken verhoogt ons gevoel van isolatie en eenzaamheid en de dingen vormen een bedreiging voor ons. Dat heeft te maken met hoe we naar het leven kijken – niet hoe het leven is, maar hoe we het zien. Dan vergt het een grote inspanning om bewust proberen te geloven in de verbindende kracht van de geest, of zoals wij het noemen, Boeddhaschap. Wanneer ik chant om mijn boeddhanatuur te tonen, hoef ik niet bij het idee te blijven dat het van mij is. Ik zie het liever als dat ik iets aanboor, wat we allemaal aanboren en waar we allemaal aan bijdragen de hele tijd.

Ik spoor jullie echt aan om dit uit te proberen wanneer je chant. In plaats van te denken… waar is mijn Boeddhaschap, waar is het, ik moet het vinden – probeer liever… Ik draag bij aan de Boeddhaschap van het universum en ik word gevoed door deze Boeddhaschap van het universum. Iets dergelijks.

Nou terugkomend op het idee van gebed wat ik eerder noemde – we vinden dat dit de manier is hoe we met deze prachtige gebeurtenis van Boeddhaschap in onszelf en in de wereld in contact komen, of het naar buiten brengen of het herscheppen. In het boek van Dr. Dossey ‘Recovering the Soul’, geeft hij een aantal voorbeelden van de uitwerkingen van gebed. Dezen werden samengesteld door een unieke organisatie genaamd ‘Spindrift’ – het woord betekent de zee die op het land slaat en terugstuit in de lucht – dus door zichzelf ‘Spindrift’ te noemen, probeerden ze te spreken over de samenhang tussen het fysieke en het non-fysieke en probeerden ze het te rangschikken door middel van wetenschappelijke experimenten om de doeltreffendheid van verschillende manieren van bidden te beoordelen. Hun centrale grondstelling is dat alle mensen goddelijke eigenschappen hebben en een eenheid van het goddelijke door het gehele leven heen kunnen bereiken. Deze ‘eenheid’ is wat wij Boeddhaschap noemen.

Dus eerst vroegen deze onderzoekers: “Is het echt zo?” “Werkt bidden?” “Is spiritueel helen mogelijk?” (Ik bedoel niet ‘spiritueel’ als in spiritualisme). Dus ze stopten zaadjes in bereide compost en ze verdeelde deze compost in twee vakken A en B. Een groep mensen woonden kilometers ver weg van de zaadjes en zouden ze nooit meer zien, maar stemden in om voor Vak A te bidden. Natuurlijk ging de kieming in vak A veel beter dan in vak B. Dus toen dachten ze, wat als we de zaadjes op een of andere manier kwellen, zouden ze het dan nog steeds goed doen? Dus deden ze er zout bij. De gekwelde zaadjes waarvoor gebeden was deden zelfs nog beter dan de zaadjes die niet verstoord waren. Deze resultaten bleven hetzelfde na vele malen experimenteren. Dit is wat Dr. Dossey erover zei:

“Deze eenvoudige test… gaf aan dat de uitwerking van denken aan levende organismes buiten het menselijk lichaam veelzeggend, meetbaar en reproduceerbaar was en dat de effecten van het menselijk bewustzijn niet beperkt waren tot de hersenen en het lichaam”.
L. Dossey: “Recovering the Soul”, p. 55-56

En toen vroegen ze – maakt het uit hoeveel je bidt? Dus verdeelden ze de zaadjes in vakken waar niet voor gebeden werd, sommigen waar 10 minuten per keer voor gebeden werd en een derde vak waar voor 20 minuten voor werd gebeden. Natuurlijk ontdekten ze dat degenen waar 20 minuten voor gebeden werd het veel beter deden dan waar 10 minuten voor werd gebeden.

Toen vroegen ze of het iets uitmaakten als de mensen die baden wisten wat er met de zaadjes gebeurden of niet. En ze ontdekten dat het veel effectiever is als de persoon die bid weet wat er gebeurt en geïnformeerd en verbonden blijft met het proces. Ze ontdekten ook dat hoe meer ervaren de persoon was die bad, hoe krachtiger het resultaat was.

Hier is nog een laatste resultaat wat ik erg interessant vind. Ze vroegen: Als een persoon die bid een specifiek resultaat in gedachte heeft wat hij wil, is heeft het dan meer effect dan degene die alleen de daad van het bidden doet? Ik vond het interessant dat de uitkomst aantoonde dat de mensen die voor een speciaal resultaat baden minder goed deden. Je zou het eigenlijk niet denken, toch? Maar ik vind dit erg interessant, omdat ik het zie als dat het aangeeft dat degenen die niet voor een bepaald resultaat baden (aangezien ze Christenen waren, lieten ze het over aan de wil van God met de houding van “Het zal geschieden”) meer effect hadden dan degenen die baden met de houding van “Ik wil dit, dit en dit”. Deze houding van “het zal geschieden” zie ik eerder als, voor ons dan, als het overlaten aan de inherente harmonie van het universum, de inherente harmonie van Boeddhaschap. Om onze gebeden het meeste effect te laten hebben lijkt het dat, ja, we moeten weten dat we bidden om de zaadjes te laten kiemen, maar we hoeven onze wil niet aan de situatie op te leggen.

… proberen om onze wil op te leggen aan een situatie. Dat is iets om over na te denken. Natuurlijk zullen we in ons leven altijd dingen willen hebben – we moeten dat en dat hebben, anders zouden we zelfs niet chanten waarschijnlijk. Maar we hoeven niet altijd te denken; Ik moet die baan hebben… moet die baan hebben… zoals we misschien neigen te doen! En dan denken we: Oh, ik heb verkeerd gechant want ik vergat een tijdje te denken aan die baan! Dus ja, we moeten weten dat we, bijvoorbeeld, die baan willen hebben. Maar dat is dan ook genoeg. Dan moeten we op de Gohonzon vertrouwen. We vertrouwen op de kracht van de Wet in tegenstelling tot het te beperken met onze eigen wilskracht.

Een ander belangrijk punt was dat de Spindrift mensen ontdekten dat voor iedereen die met liefde en zorg in hun hart bad, het veel waarschijnlijker was dat hun gebeden doeltreffend waren.

Dus alle experimenten die door de jaren heen geheel wetenschappelijk werden uitgevoerd duiden aan dat de gedachtes die we hebben en vooral de gebeden die we doen, het voorwerp waar we voor bidden beïnvloeden, zelfs als er grote ruimtelijk scheiding is tussen ons en die andere persoon of situatie waar we voor bidden. Het blijkt onomstotelijk te verduidelijken dat we het leven kunnen beïnvloeden, hoe fundamenteel of ingewikkeld ook.

Tenslotte is dit de conclusie van Dr. Dossey:

“De voornaamste reden om de niet-plaatselijke aard van de geest te bewijzen is dus spiritueel. Plaatselijke theorieën van de geest zijn niet alleen onvolledig, ze zijn destructief. Ze creëren de illusie van dood en alleen zijn (wat we zijn) , alles samengenomen plaatselijke begrippen. Ze koesteren existentiële onderdrukking en hopeloosheid door ons een compleet verkeerd idee te geven van onze fundamentele aard en raden ons aan dat wij bekrompen, beperkte en sterfelijke wezens zijn die opgesloten zitten in ons lichaam en onverbiddelijk afdrijven naar het einde van de tijd”.
L. Dossey: “Recovering the Soul”, p.7

Dus toen ik zei dat ik wilde spreken over gebed, was dit wat ik bedoelde. Ons gebed hoeft niet voor specifieke en dientengevolge beperkte resultaten te zijn, maar in plaats daarvan bidden we voor het opwellen van onze Boeddhaschap en dat we gaan voelen dat het bestaat binnen het gehele leven: Boeddhaschap in het leven van onze vijand, in de situatie op het werk die we niet kunnen uitstaan, in alles wat ons doet lijden. Veronderstel dat er iemand is, of een situatie die ons doet lijden – het zal lijken dat hoe meer we de nadruk leggen op onze verschillen met die iemand of die situatie, hoe meer we de scheiding benadrukken, hoe harder we hierdoor gaan lijden. Het is niet die andere persoon of de situatie die ons doet lijden, het is veeleer wij die het zelf veroorzaken door een verschil en scheiding te veronderstellen die niet bestaat. We zijn tegen de ware aard van het leven ingegaan door dit te doen en dat doet ons lijden. Dus dit is waarom het zeer belangrijk is om proberen te chanten voor deze eenheid van Boeddhaschap, een geest, wat je het ook maar wilt noemen, hoe je er ook maar mee aan de slag gaat… om te blijven proberen hiervan bewust te zijn. Het helpt ons echt om met de dagelijkse problemen die we hebben en het lijden dat we doen om te gaan.

Een Amerikaanse dame gaf me een voorbeeld van hoe het ego werkt. Ze zei dat het ego net is als de pink en dat deze pink nogal teergevoelig is en niet veel kracht heeft, maar als het beseft dat het een deel is van een hand en een deel is van een lichaam, het dan een hele hoop kracht heeft. Dus dit hetzelfde soort relatie als wij hebben met ons ware zelf. Het ware zelf is het gehele ding van Boeddhaschap waar ik tot nu toe over heb gesproken – dat is ons Ware Zelf – het is het besef van de eenheid van het leven in plaats van die geïsoleerde pink zonder kracht te zijn. We gaan deze enorme hoeveelheid kracht en vindingrijkheid en energie hebben wanneer we meer en meer bewust worden van de Ware Zelf die we eigenlijk zijn.

Dus ik probeer niet het belang te ontkennen om persoonlijke belangen te hebben en er voor te bidden. Het enige wat ik zeg is dat we het daarbij moeten laten. We moeten niet zo zwaar verwikkeld raken in deze belangen. Wordt bewust van het geheel, het fundamentele pure bewustzijn moet een meer centrale rol in onze beoefening krijgen.
Hoe verkrijgen we dit besef? Natuurlijk verkrijgen we dit door daimoku te chanten voor de Gohonzon – zoveel daimoku als we maar kunnen doen. Maar we verkrijgen het ook door de rol van tegenspoed in ons leven te begrijpen. Er zijn vele mensen die ervaringen met eeuwigheid hebben gehad – dit komt dichtbij het besef van de volledigheid van het leven – mensen die in bijna dood situaties hebben verkeerd en hun lichaam hebben verlaten en hebben verteld hoe ze op zichzelf neerkeken en de hele situatie in het ziekenhuis zagen. Dat is een nadelige omstandigheid, omdat ze toen feitelijk dood waren, maar dan op de een of andere manier weer zijn ontwaakt en teruggekomen in hun lichaam en weer gingen leven. Dus in die nadelige situatie van te sterven hebben ze begrip gekregen van eeuwigheid.

Of een andere ervaring zou het begrip kunnen zijn wat president Toda bereikte toen hij in de gevangenis zat, wat de drijvende kracht werd voor de hele beweging waar wij nu toe behoren – wat hij bereikt had tijdens die zeer ellendige tijd in de gevangenis in de oorlog. Het begrip kwam niet zomaar over hem heen, gewoon omdat hij in een slechte situatie zat – hij moest er aan werken om dat begrip van het leven te bereiken. En we weten van ‘De Menselijke Revolutie’ dat hij chantte om de Lotus Soetra te begrijpen. Dus hij moest er echt hard zijn best voor doen, toch? En hij besloot om een bepaalde hoeveelheid daimoku te doen elke dag totdat hij deze passage van de lotus Soetra kon begrijpen. Dus omdat hij die inspanning leverde, kwam hij er achter wat Boeddhaschap is. Dit te gaan zien zorgde er voor dat hij zijn missie vond om ons allemaal te leiden.

Ik weet dat we allemaal tegenslag willen vermijden. Niemand zoekt het op. Ik denk dat we gek zouden zijn als we er naar op zoek gingen. Maar ik praat over iets heel anders. Wat ik zeg is dat temidden van onze tegenspoed de sleutel zou kunnen liggen om Boeddhaschap te begrijpen en het leven lief te hebben. Dit is wat Sensei zegt over de ervaring van president Toda:

“We kunnen denken over de verlichting van president Toda in de gevangenis als het moment waarin hij verenigd was met zijn ‘eeuwige’ zelf, als de leider van de beweging om de Mystieke Wet te verspreiden… Waar hij toe ontwaakte op dat moment was onmiskenbare waarheid van het leven, de wezenlijke transcendentale realiteit… Door grondig door te broeden op de vraag: ‘Wat is de Boeddha?’ kwam hij tot het besef dat de Boeddha niemand anders is dan het zelf, het grootse leven van het universum; dat deze twee – het zelf en het universum – in feite één zijn”.
D. Ikeda: “Conversations on the Lotus Sutra”25, p.14

Ik denk echt niet dat we het belang van de ontdekking die president Toda deed teveel kunnen benadrukken, omdat tot die tijd de leerstelling van het Boeddhisme Boeddhaschap nog niet duidelijk had gemaakt. Dus die ontdekking van hem en de bereidwilligheid om het te onderwijzen, hoe moeilijk dat ook mocht wezen, is wat ons nu in staat stelt om Boeddhaschap te begrijpen. We kunnen dezelfde volledigheid of eenheid met het universum gedurende tegenspoed bereiken als we de nadelige omstandigheid willen uitdagen met zoveel krachtige beoefening als we maar kunnen doen.

We bereiken ook de toestand van volledigheid door compassie. Dit is omdat de wezenlijke aard van het universum compassie is. Dit alles staat in Conversation nr.25, UKE januari. Wanneer we inspanning leveren om een moeilijke situatie met compassie te benaderen, kunnen we Boeddhaschap ervaren. Ongeacht de individuele wensen die we mogen hebben en die we aldoor hebben, onze boeddhistische beoefening is bedoeld om ons de kans te geven een Bodhisattva van de Aarde te zijn. Ik weet dat ieder van ons ermee worstelt om een Bodhisattva van de Aarde te zijn en om met compassie te handelen. Maar ik wil dat we begrijpen dat we in die strijd die diepe verbondenheid vinden die we allemaal delen met elke vorm van leven. We vinden onze Boeddhaschap.

Ik begon deze lezing met te zeggen hoe belangrijk het is dat we de manier waarop we naar onszelf kijken veranderen – van onszelf af te wijzen en belachelijk te maken naar werkelijk het wonder van ons leven te koesteren. We kunnen dit bereiken, we kunnen dit wonder bevatten en begrijpen wanneer we beseffen dat we niet het afzonderlijke zelf zijn waar we ons altijd van bewust zijn geweest. In plaats daarvan zijn we deel van, heus dat zijn we, de harmonie die het universum zelf is – dat is wat we zijn – wij zijn de harmonie. Omdat is wat Boeddhaschap is. En ons is geleerd dat ieder van ons deze Boeddhaschap bezit en ons leven is de individuele uitdrukking van deze waarheid van de harmonie van het universum. We moeten ons er gewoon bewust van worden en dat bewustzijn elke dag blijven vernieuwen met het chanten dat we doen.

We zijn ons ontzettend bewust van onze individuele herinneringen. Deze herinneringen kunnen pijnlijk zijn en zelfs te moeilijk om te verdragen. Maar wat ik heb gezegd in deze lezing is dat deze herinneringen die ons ego maken tot wat het is, niet alles zijn waar het ons leven om gaat. Ieder van ons heeft ook de diepere herinnering van ons leven dat volledig is en verbonden en in volledige harmonie is met al het leven. Het is deze diepere herinnering die we moeten opsporen en er nu in geloven. Denk aan wat het Spindrift genootschap ontdekte – dat onze gebeden veel doeltreffender waren als we liefde voelen in ons hart. Dus terwijl we voor onszelf chanten en chanten dat onze boeddha natuur te voorschijn komt, laten we dit doen met liefde voor onszelf in plaats van voortdurende kritiek.

Ik gaf eerder aan dat we niet kunnen verwachten dat we anderen anders behandelen dan dat we onszelf behandelen. Daarom moeten we het bewustzijn ontwikkelen, dat ons leven superlatief is en dat we de grootse missie hebben om anderen te helpen hetzelfde te begrijpen over henzelf.

Ik ga eindigen met de laatste twee citaten van Sensei:
“Onze geest en het universum zijn onafscheidelijk verbonden met de eeuwigheid. Het doel van het Boeddhisme is om ons in staat te stellen dit begrip te bereiken”.

“Wanneer we onze geest wijd openen en onze blik concentreren op het universum, dan concentreren we onze blik op ons eigen leven”.

D. Ikeda, UKE, mei 1998

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.