![]() |
![]() |
|
||||||||||||||||||||
|
Shiki
Shin Funi- Eenheid van Lichaam en Geest (uit Basics of Buddhism, door Pat Allwright) Vertaling Karen de Groot "Het leven op elk moment omvat zowel lichaam als geest" Eeuwenlang hebben filosofen, theologen en wetenschappers geredeneerd over de
aard van de fundamentele bestanddelen van het leven. Bestaat het leven hoofdzakelijk
uit materie, met de geest en het bewustzijn als nevenproduct van het menselijke
verstand? Of is het hoofdzakelijk geestelijk, met het lichaam louter als vaartuig?
Of zijn geest en materie onafhankelijke entiteiten, die op de een of andere
manier zijn verbonden? Vanuit het gezichtspunt van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin zijn lichaam
en geest gelijk en onderling afhankelijk. Dit principe staat bekend als de eenheid
van lichaam en geest (shiki shin funi). Lichaam, of het stoffelijke aspect (shiki),
omvat alles dat uiterlijk kan worden waargenomen zoals kleur, vorm en structuur.
Geest, of geestkracht (shin), verwijst naar die aspecten van het leven die innerlijk
of onzichtbaar zijn zoals emoties, wil en persoonlijkheid. Een persoon kan iemand anders zijn geest kennen door te luisteren naar zijn stem. Dit is zo omdat het fysieke aspect het geestelijke aspect onthult. Het fysieke en het geestelijke, welke in wezen één zijn, manifesteren zichzelf als twee verschillende aspecten. (1) Alle levensfuncties worden beiden fysiek en geestelijk geopenbaard. Slaap verfrist het lichaam, maar heeft ook een essentiële psychologische rol. Het lezen van een boek, wat onze geest inspireert of vermaakt, betrekt ons ook in het gebruik maken van ons lichaam. Werk, of het nu handenarbeid of bureauwerk is, brengt zowel nadenken als lichamelijke inspanning met zich mee. De onzichtbare, geestelijke werkingen van het leven zijn natuurlijk moeilijker om te analyseren dan de zichtbare acties. Ze kunnen alleen maar worden waargenomen door hun fysieke manifestaties. Misschien is dat de reden waarom de nadruk in de fysieke wetenschap altijd op materie is gelegd. Toch, als materie tot in zijn kleinste deeltjes wordt teruggebracht, wordt het verschil tussen 'iets' en 'niets' steeds moeilijker om waar te nemen. Interessant genoeg geven wetenschappelijke theorieën van recente datum in overweging dat bewustzijn inherent in het leven aanwezig is; al het leven, inclusief voorwerpen zoals stenen. Dit idee komt het dichtst bij het Boeddhistisch inzicht dat al het leven, inclusief onbezield leven, beiden aspecten hebben: fysiek en geestelijk. In de maatschappij in zijn geheel, kunnen we de tekortkomingen zien van het plaatsen van de nadruk op de één, het stoffelijke, of de ander, het geestelijke. In het verleden hebben Europese samenlevingen geestelijke waarden zeer hoog geplaatst. Helaas heeft dat heel vaak geleid tot hypocrisie. Bijvoorbeeld, veel mensen die aan de macht waren behielden hun fysieke gemakken, terwijl ze degenen in armoede kalmeerden met de belofte van beloningen na de dood. Er is echter maar een bepaald minimum aan fysieke behoeften nodig voor het welzijn van de mens. Men kan niet zeggen dat men een vervuld leven leidt als men aan het verhongeren is en het koud heeft. Deze dubbele standaarden en de scheiding van het fysieke en het geestelijke hadden de neiging om een berustende houding te kweken. In de tweede helft van de twintigste eeuw deed voor vele mensen de kans zich voor om een goede levensstandaard te verwerven. Begrijpelijk ontstond hiermee een mate van scepsis over het belang van spiritualiteit en de waarde van religie in het algemeen. Eveneens tonen samenlevingen gebaseerd op materialisme, zoals onze eigen hedendaagse
maatschappij, dat het vrijwel onmogelijk is om een waarlijk voorspoedige maatschappij
te vestigen als er geen aandacht word gegeven aan het geestelijke zelf. Het
schijnt niet mogelijk te zijn voor mensen om eerlijkheid aan te tonen en corruptie
te overwinnen als ze geen persoonlijke geestelijke waarden hebben. Mensen hebben
waarden zoals eerlijkheid nodig, zelfs in de jacht op materialisme. In tegenstelling tot vele andere religies, is de beoefening van het Boeddhisme
van Nichiren Daishonin niet alleen maar gericht op geestelijke verlichting.
Het beïnvloedt ons leven op een fundamenteel niveau. Het chanten van Nam-myoho-renge-kyo
beïnvloedt ons geestelijk op diverse manieren, wat aanleiding geeft tot
optimisme, vastberadenheid en vreugde. In dezelfde tijd beïnvloedt het
elke cel in ons lichaam. Om deze reden zijn houding en concentratie belangrijk
als we chanten, net als een gelijkmatig ritme. Veel mensen hebben ondervonden
dat het chanten van Nam-myoho-renge-kyo hen geholpen heeft met het overwinnen
van ziekte, omdat het gevolgen heeft op zowel lichaam als geest. Het Boeddhisme omschrijft twee soorten voorspoed: zichtbaar en onzichtbaar. Zichtbare voorspoed komt overeen met het lichaam of materiële omstandigheden, terwijl onzichtbare voorspoed beantwoordt aan verbeteringen in ons karakter, zoals toegenomen wijsheid en energie. In de grond kunnen deze twee soorten voorspoed niet van elkaar gescheiden worden. Bijvoorbeeld, toegenomen wijsheid maakt dat we op onze gezondheid letten en ontdekken welk soort werk het beste bij ons past; meer energie is op zichzelf gezond en stelt ons in staat om actiever in de maatschappij bezig te zijn. Respect en compassie worden ook door onze beoefening geactiveerd en brengt zo tolerantie en harmonie teweeg in onze relatie met anderen. In de discussie over dit onderwerp zegt Daisaku Ikeda: In de Oudheid hebben filosofen en theologen diverse concepten van de relatie
tussen lichaam en geest geformuleerd. De leerstukken geboren uit deze concepten
zijn talrijk en verschillend in soort, maar ze vallen allemaal in een van de
twee algemene categoriën: materialistisch en geestelijk. Volgers van beide
categoriëen hebben veel gedaan ter wille van culturele ontwikkelingen en
ik geloof dat hun prestaties gepaste evaluatie verdienen. Bijvoorbeeld, door
het uiteenzetten van sterfelijkheid en liefde hebben spiritisten zeer veel bijgedragen
om de menselijke samenleving waarlijk menselijk te houden. De materialisten
hebben voor hun deel het fundament gelegd voor de vorming en ontwikkeling van
de hedendaagse wetenschap. 1 The Major Writings of Nichiren Daishonin, Vol. 4, p. 32. This page was last modified on Sunday, August 20, 2006. |