Shiki Shin Funi- Eenheid van Lichaam en Geest
(uit Basics of Buddhism, door Pat Allwright)
Vertaling Karen de Groot

"Het leven op elk moment omvat zowel lichaam als geest"

Eeuwenlang hebben filosofen, theologen en wetenschappers geredeneerd over de aard van de fundamentele bestanddelen van het leven. Bestaat het leven hoofdzakelijk uit materie, met de geest en het bewustzijn als nevenproduct van het menselijke verstand? Of is het hoofdzakelijk geestelijk, met het lichaam louter als vaartuig? Of zijn geest en materie onafhankelijke entiteiten, die op de een of andere manier zijn verbonden?

In het algemeen gesproken zijn er twee voornaamste denkscholen: degenen die het leven puur en alleen vanuit een fysiek oogpunt zien, en degenen die geloven dat het geestelijk is. Deze polarisatie van gezichtspunten wordt aan de dag gelegd in het behandelen van een slechte gezondheid. Hier wordt veel blijk van gegeven door te wijzen op het belang van de positieve houding van een patiënt om te herstellen. Maar dan nog, ligt de nadruk in de medische wetenschap nog steeds zeer sterk op lichamelijke behandeling zoals operaties en geneesmiddelen. Omgekeerd, gebedsgenezers maken vaak gebruik van behandelingen die geheel geestelijk zijn.

Tegenwoordig wordt het in brede kringen geaccepteerd dat onze staat van leven beïnvloed wordt door ons lichaam, en evenzo dat onze lichamelijke conditie onze staat van geest beïnvloedt. Echter, de praktische verwikkelingen van deze onafscheidelijkheid blijven grotendeels op het theoretische vlak. Over het geheel genomen, blijft de scheiding tussen lichaam en geest voortbestaan in de wetenschap, medicijnen, religie en politiek.

Vanuit het gezichtspunt van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin zijn lichaam en geest gelijk en onderling afhankelijk. Dit principe staat bekend als de eenheid van lichaam en geest (shiki shin funi). Lichaam, of het stoffelijke aspect (shiki), omvat alles dat uiterlijk kan worden waargenomen zoals kleur, vorm en structuur. Geest, of geestkracht (shin), verwijst naar die aspecten van het leven die innerlijk of onzichtbaar zijn zoals emoties, wil en persoonlijkheid.

Hun eenheid wordt aangeduid door het woord funi wat betekent 'twee maar niet twee' en 'niet twee maar twee'. Het is niet de bedoeling dat het overkomt als een raadsel, maar om te verduidelijken dat, ook al kunnen we lichaam en geest gescheiden observeren, ze in wezen één zijn. Geen van beiden wordt veroorzaakt door de ander. Bovendien kan de een niet bestaan zonder de ander. Beiden komen voort uit dezelfde fundamentele entiteit: het leven zelf.

Een persoon kan iemand anders zijn geest kennen door te luisteren naar zijn stem. Dit is zo omdat het fysieke aspect het geestelijke aspect onthult. Het fysieke en het geestelijke, welke in wezen één zijn, manifesteren zichzelf als twee verschillende aspecten. (1)

Alle levensfuncties worden beiden fysiek en geestelijk geopenbaard. Slaap verfrist het lichaam, maar heeft ook een essentiële psychologische rol. Het lezen van een boek, wat onze geest inspireert of vermaakt, betrekt ons ook in het gebruik maken van ons lichaam. Werk, of het nu handenarbeid of bureauwerk is, brengt zowel nadenken als lichamelijke inspanning met zich mee.

De onzichtbare, geestelijke werkingen van het leven zijn natuurlijk moeilijker om te analyseren dan de zichtbare acties. Ze kunnen alleen maar worden waargenomen door hun fysieke manifestaties. Misschien is dat de reden waarom de nadruk in de fysieke wetenschap altijd op materie is gelegd. Toch, als materie tot in zijn kleinste deeltjes wordt teruggebracht, wordt het verschil tussen 'iets' en 'niets' steeds moeilijker om waar te nemen. Interessant genoeg geven wetenschappelijke theorieën van recente datum in overweging dat bewustzijn inherent in het leven aanwezig is; al het leven, inclusief voorwerpen zoals stenen. Dit idee komt het dichtst bij het Boeddhistisch inzicht dat al het leven, inclusief onbezield leven, beiden aspecten hebben: fysiek en geestelijk.

In de maatschappij in zijn geheel, kunnen we de tekortkomingen zien van het plaatsen van de nadruk op de één, het stoffelijke, of de ander, het geestelijke. In het verleden hebben Europese samenlevingen geestelijke waarden zeer hoog geplaatst. Helaas heeft dat heel vaak geleid tot hypocrisie. Bijvoorbeeld, veel mensen die aan de macht waren behielden hun fysieke gemakken, terwijl ze degenen in armoede kalmeerden met de belofte van beloningen na de dood. Er is echter maar een bepaald minimum aan fysieke behoeften nodig voor het welzijn van de mens. Men kan niet zeggen dat men een vervuld leven leidt als men aan het verhongeren is en het koud heeft. Deze dubbele standaarden en de scheiding van het fysieke en het geestelijke hadden de neiging om een berustende houding te kweken. In de tweede helft van de twintigste eeuw deed voor vele mensen de kans zich voor om een goede levensstandaard te verwerven. Begrijpelijk ontstond hiermee een mate van scepsis over het belang van spiritualiteit en de waarde van religie in het algemeen.

Eveneens tonen samenlevingen gebaseerd op materialisme, zoals onze eigen hedendaagse maatschappij, dat het vrijwel onmogelijk is om een waarlijk voorspoedige maatschappij te vestigen als er geen aandacht word gegeven aan het geestelijke zelf. Het schijnt niet mogelijk te zijn voor mensen om eerlijkheid aan te tonen en corruptie te overwinnen als ze geen persoonlijke geestelijke waarden hebben. Mensen hebben waarden zoals eerlijkheid nodig, zelfs in de jacht op materialisme.
Een constructieve en bevredigende maatschappij moet gebaseerd zijn op het gelijke belang van materiële en geestelijke waarden beiden. Aangezien ze onscheidbaar zijn kan er geen geestelijk welzijn bestaan zonder lichamelijk welzijn en vice versa.
Dit wordt ruimschoots geïllustreerd door het hedendaagse stress syndroom. Stress kan veroorzaakt worden door lawaai, honger, dood of financiële zorgen, om maar een paar milieu- en psychologische beweegredenen op te noemen. Evenzeer zijn de gevolgen van stress zowel psychisch als lichamelijk, wat resulteert in irritatie, spanning, depressie, hoge bloeddruk, maagzweren, slechte stoelgang enzovoort. Stress kan op vele manieren verlicht worden, zoals positief denken, lichaamsbeweging, zelfs door zwemmen met dolfijnen. Het wordt niet alleen wenselijk, maar essentieel, dat er op elk gebied waarin men pogingen onderneemt, gelijk gewicht wordt gegeven aan het lichaam en de geest.

In tegenstelling tot vele andere religies, is de beoefening van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin niet alleen maar gericht op geestelijke verlichting. Het beïnvloedt ons leven op een fundamenteel niveau. Het chanten van Nam-myoho-renge-kyo beïnvloedt ons geestelijk op diverse manieren, wat aanleiding geeft tot optimisme, vastberadenheid en vreugde. In dezelfde tijd beïnvloedt het elke cel in ons lichaam. Om deze reden zijn houding en concentratie belangrijk als we chanten, net als een gelijkmatig ritme. Veel mensen hebben ondervonden dat het chanten van Nam-myoho-renge-kyo hen geholpen heeft met het overwinnen van ziekte, omdat het gevolgen heeft op zowel lichaam als geest.
Bovendien is het doel met het beoefenen van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin om alle aspecten van ons leven te verbeteren. Zowel als het geestelijk ontwikkelen van onszelf, is het ook belangrijk voor ons om bevrediging in ons werk te vinden en harmonieuze relaties te vestigen. Daarom richten we ons met het chanten op zowel verbetering in onze materiële omstandigheden als op ons geestelijk welzijn.

Het Boeddhisme omschrijft twee soorten voorspoed: zichtbaar en onzichtbaar. Zichtbare voorspoed komt overeen met het lichaam of materiële omstandigheden, terwijl onzichtbare voorspoed beantwoordt aan verbeteringen in ons karakter, zoals toegenomen wijsheid en energie. In de grond kunnen deze twee soorten voorspoed niet van elkaar gescheiden worden. Bijvoorbeeld, toegenomen wijsheid maakt dat we op onze gezondheid letten en ontdekken welk soort werk het beste bij ons past; meer energie is op zichzelf gezond en stelt ons in staat om actiever in de maatschappij bezig te zijn. Respect en compassie worden ook door onze beoefening geactiveerd en brengt zo tolerantie en harmonie teweeg in onze relatie met anderen. In de discussie over dit onderwerp zegt Daisaku Ikeda:

In de Oudheid hebben filosofen en theologen diverse concepten van de relatie tussen lichaam en geest geformuleerd. De leerstukken geboren uit deze concepten zijn talrijk en verschillend in soort, maar ze vallen allemaal in een van de twee algemene categoriën: materialistisch en geestelijk. Volgers van beide categoriëen hebben veel gedaan ter wille van culturele ontwikkelingen en ik geloof dat hun prestaties gepaste evaluatie verdienen. Bijvoorbeeld, door het uiteenzetten van sterfelijkheid en liefde hebben spiritisten zeer veel bijgedragen om de menselijke samenleving waarlijk menselijk te houden. De materialisten hebben voor hun deel het fundament gelegd voor de vorming en ontwikkeling van de hedendaagse wetenschap.
Toch ben ik niet in staat een van beiden benaderingen zonder gereserveerdheid te omvatten. Hoewel de materialisten de geestelijke functies van de mens erkennen door het fysieke lichaam als de oorspronkelijke bron van zijn te beschouwen, hebben zij de neiging om het leven zelf in zijn wezen als stoffelijk te zien. Bovendien, terwijl de spiritisten beamen dat reden, verstand, verlangens en andere geestelijke functies de basis zijn van een waarlijk menselijke manier van leven, kan ik de filosofie niet onderschrijven dat de fysieke aspecten van het menselijk leven en de lichamelijk verwante menselijke verlangens veracht zouden moeten worden. Zowel de materialisten als de spiritisten schijnen alleen maar een aspect van de kwestie na te streven en falen de relatie tussen geest en lichaam te begrijpen. (2)

1 The Major Writings of Nichiren Daishonin, Vol. 4, p. 32.
2 Arnold Toynbee & Daisaku Ikeda, Choose Life: A Dialogue, pp. 24-5.

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.