Vergif veranderen in medicijn (uit SGI Quarterly*)
Vertaling Karen de Groot

SGI leden spreken vaak over ‘vergif omzetten in medicijn’, wanneer ze beschrijven hoe hun boeddhistische beoefening hen in staat heeft gesteld om een moeilijke, negatieve of pijnlijke situatie te veranderen in iets positiefs.

In de meest wezenlijke zin verwijst ‘vergif in medicijn veranderen’ naar het veranderen van misleidde prikkels in verlichting. De verhandeling over de Grote Perfectie van Wijsheid, die wordt toegeschreven aan de Indiase boeddhistische filosoof Nagarjuna uit de derde eeuw, vergelijkt de Lotus Soetra met ‘een grootse dokter die vergif in medicijn verandert’. Dit komt omdat de Lotus Soetra de mogelijkheid tot verlichting opent voor mensen wiens arrogantie en zelfvoldaanheid had veroorzaakt dat ze ‘de zaadjes van Boeddhaschap verschroeiden’. In vroegere soetra’s waren zulke mensen gedoemd omdat het onmogelijk voor hen was om een Boeddha te worden. Zodoende is een belangrijke implicatie van dit beginsel, dat niemand reddeloos is verloren.

In zijn geschriften ‘Over het voor het eerst horen van de leer van het opperste voertuig’, ontwikkelt Nichiren dit denkbeeld, waarin hij verklaart dat, door de kracht van de Mystieke Wet van Nam-myoho-renge-kyo te gebruiken, men de drie paden van misleide prikkels, karma en lijden kan veranderen in de drie deugden van de Boeddha: het Dharma lichaam, wijsheid en bevrijding. Dit betekent dat elke ongunstige situatie veranderd kan worden in een bron van waarde. In nog diepere zin betekent dit dat, door pijnlijke omstandigheden uit te dagen en te overwinnen, we groeien als mens.

De sleutel is hoe we reageren op het onontkoombare lijden van het leven. Negatieve, pijnlijke ervaringen zijn vaak noodzakelijk om ons te motiveren. Een boeddhistisch geschrift beschrijft ziekte als het ontwaken van het verlangen om de waarheid te vinden. Evenzo werden mensen door hun ervaringen met oorlog en onrechtvaardigheid, geïnspireerd om zich hun leven lang in te zetten voor vrede en rechtvaardigheid.

Het proces van het veranderen van vergif in medicijn begint wanneer we moeilijke ervaringen benaderen als een gelegenheid om over onszelf na te denken en om onze moed en compassie te versterken en te ontwikkelen. Hoe meer we in staat zijn om dit te doen, hoe meer we in staat zijn om te groeien in levenskracht en wijsheid en een werkelijk uitgebreide levensstaat verwezenlijken.

Zo kan lijden dienen als een springplank voor een diepere ervaring van geluk. Vanuit het gezichtspunt van het Boeddhisme is inherent in alle negatieve ervaringen dit diepzinnige positieve potentieel aanwezig. Echter, als we verslagen worden door lijden of op een negatieve en destructieve manier reageren op problematische omstandigheden, dan is het oorspronkelijke ‘vergif’ niet veranderd maar blijft gewoon vergif.

Het Boeddhisme leert dat lijden voortkomt uit karma, de oorzaken die we zelf hebben gecreëerd. De boeddhistische leer van karma gaat over persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarom is het onze verantwoordelijkheid om lijden te veranderen in waardevolle ervaringen. De boeddhistische visie op karma is niet star of fatalistisch – zelfs de meest diepgeroeste karmische patronen kunnen worden veranderd.

Door een moeilijke situatie – ziekte, werkeloosheid, verlies, verraad – op te pakken en te gebruiken als een kans om ons gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid te verdiepen, kunnen we het soort van zelfkennis verkrijgen en ontwikkelen van waaruit voorspoed vloeit. Het Boeddhisme leert dat zelfkennis uiteindelijk het besef is van ons eigen onbegrensde potentieel, ons vermogen voor innerlijke kracht, wijsheid en compassie. Dit onbegrensde potentieel verwijst naar onze ‘boeddhanatuur’.

De oorspronkelijke betekenis van de zin ‘vergif veranderen in medicijn’ heeft betrekking op dit vlak van zelfkennis.

In het ‘Geloof en begrip’ hoofdstuk van de Lotus Soetra, reageren Subhuti en andere oudere volgelingen van de Boeddha op de voorspelling dat een andere volgeling, Shariputra, de ultieme verlichting zal bereiken. De volgelingen geven toe dat ze al lang geleden het idee hadden opgegeven dat ze zelf een Boeddha zouden worden, maar dat ze na het horen van de leer van de Lotus Soetra hun vroegere houding van gelatenheid en spirituele luiheid afzworen. “Hun geest was zelden zo geroerd en ze dansten van vreugde”. Daarom vergelijken Nagarjuna en T’ien-t’ai (538 – 597) de Boeddha met een goede dokter die in staat is om vergif (de luiheid en gelatenheid van de oude volgelingen) in medicijn (een oprecht streven naar de ultieme verlichting van Boeddhaschap) te veranderen.

Deze leer met het vooruitzicht op diepgaande verandering maakt het Boeddhisme tot een zeer optimistische filosofie. Dit optimisme is de stuwkracht voor boeddhisten in hun zoektocht om de negatieve en destructieve tendensen in hun leven, als ook in de maatschappij en de wereld in het algemeen, te veranderen.

http://www.sgi.org/english/index.htm

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.

Context item here