Gampon-no Mumyo 
Fundamentele Duisternis

Vertaling Karen de Groot

Gampon-no Mumyo heeft betrekking op de fundamentele duisternis die inherent is aan het leven. Deze duisternis weerhoudt een persoon ervan om het ware aspect van zijn leven te zien en draagt daarmee bij tot verwarring in het stellen van een fundamentele richting en doelen in het leven.

In het woord Myoho van Nam-myoho-renge-kyo, wordt met Myo vaak licht bedoeld, terwijl Ho duisternis betekent. Onder deze defenitie wordt het feit begrepen dat licht en donker twee zijden zijn van dezelfde munt. Beiden behelzen het universum en beiden worden gevonden binnen het menselijk leven.

Vanwege dit concept is er een zin in het Boeddhisme die leest als Mumyo Soku Hossho (Duisternis is gelijk aan verlichting). Dit betekent dat, als we op de een of andere manier het vermogen eigen maken om door de duisternis binnen ons eigen leven heen te breken, we onze verlichting kunnen vinden. De Gosho zegt,

Alleen geloof stelt ons in staat om de ware Wet te omvatten.
Geloof is het enige zwaard dat Gampon-no Mumyo kan afkappen.

De sleutel tot het verdrijven van de fundamentele duisternis binnen ons eigen leven ligt in het ontdekken van de meest positieve relatie tussen onszelf en de omgeving (en van Noyze-en). Slecht en kan ons verder de duisternis in leiden, terwijl goede en ons kan leiden tot verlichting. Natuurlijk is de beste relatie onze relatie met de Gohonzon.

In zijn toespraak op de 38ste Algemene Bijeenkomst maakte President Ikeda het begrip Gampon-no Mumyo tot iets praktisch, toen hij de gevolgen die het heeft op de huidige wereld en de verdrijving ervan, analyseerde als een primaire reden voor religie: “We zouden kunnen zeggen dat de morele blindheid van de mensheid een ‘inwendige’ bedreiging voorstelt en de ongerechtigheden in overheids-structuren een ‘uitwendige’ bedreiging; maar uiteindelijk zijn ze allebei problemen van de mensheid zelf….
Zonder grip te krijgen op de realiteit van zijn ‘inwendige bedreiging’, lopen de mensen machteloos rond in de mist van angst en verwarring. Dat is wat er tegenwoordig aan de hand is.Hierin ligt uiteindelijk de bestaansreden voor religie: als een lichtstraal, die in de duisternis van de toekomst wordt geschoten. Het Boeddhisme van Nichiren Daishonin identificeert de bron van de ‘inwendige bedreiging als Gampon-no Mumyo, ofwel ‘fundamentele duisternis’, een wezenlijke onwetendheid van de ware aard van het leven. Het Boeddhisme van Nichiren Daishonin is een religie die universeel toepasselijk is, die iedereen laat zien hoe men door deze duisternis heen kan breken.

Wat dit begrip van Gampon-no Mumyo voor ons als leden van de SGI kan doen is, dat het ons toelaat om een dieper inzicht te krijgen over de duistere of sombere hoeken van ons eigen leven. De duisternis en depressie, die van nature intreedt wanneer we geconfronteerd worden met hindernissen, zou voor ons niet een signaal moeten zijn om ons nog verder terug te trekken in onze eigen verwarring of onzekerheid. Veeleer wordt de duisternis binnen ons leven een tijd dat we het lichtbaken van de Gohonzon aanschakelen, die de weg naar een glorieuze toekomst helder verlicht. “Net voor de dageraad is het altijd het donkerst” is meer dan een cliché in het Boeddhisme van Nichiren Daishonin. Het is een oproep zich te wapenen om de Gampon-no Mumyo binnen ons eigen leven uit te dagen en snel de dageraad van een nieuwe vredige wereld teweeg te brengen.

Het Boeddhisme legt in de Tien Factoren van het leven uit dat de Wet van Oorzaak en Gevolg op vier manieren wordt gemanifesteerd. Dit zijn Noyze-in, Noyze-en, Noyze-ka en Noyze-ho – de inherente oorzaak, de uitwendige oorzaak, het latent gevolg en het waarneembaar gevolg. Een voorbeeld hiervan is, als je met een lepel in een glas water, dat er uitziet als een puur glas water, roert en het water modderig wordt, de oorzaak van de modderigheid niet de lepel is (dat is de uitwendige oorzaak) maar het feit dat er vuil zit in het water (inherente oorzaak). Dus waar het Boeddhisme belang in stelt is niet de lepel maar het vuil in het water, wat ons ongelukkige karma is. Hieruit wordt helder dat het helemaal niets uitmaakt wat we in het verleden hebben gedaan, dit is de uitwendige oorzaak – iemand haten, of iemand weerhouden van de beoefening; wat van belang is, is de inherente oorzaak die ons zo deed gedragen, omdat dezelfde inherente oorzaak nog steeds diep in ons leven kan bestaan en er daarom voor zorgt dat we nu lijden.

.De Wet lasteren is niet alleen zich uitspreken tegen het Boeddhisme, iemand haten, iemand weerhouden van de beoefening of onenigheid veroorzaken tussen leden. Laster is in feite elke actie die gepaard gaat zonder respect voor het leven te hebben. Zo zijn vervuiling, onrechtvaardigheid, misbruik van iemand anders zijn bezittingen of geld en natuurlijk moord en andere criminele activiteiten, allemaal laster. Zelfs je lichaam misbruiken door teveel te eten of te drinken is laster. In feite kunnen we het niet helpen om, zelfs als we beoefenen, kleine lasteringen te begaan, omdat we allemaal de zes lagere werelden in ons leven bezitten, speciaal de Drie Slechte paden, wat een van de voornaamste redenen is waarom “beoefening als stromend water” zo belangrijk is; waarbij we voortdurend grote oorzaken leggen die onze onbewuste laster teniet doen.

Aangezien er ontelbare verschillende vormen van uitwendige oorzaken van het lasteren van de Wet kunnen zijn en het meestal vrij onmogelijk is en, zeker ook, echt onnodig en onwenselijk is om te proberen ons voor te stellen welke we in het bijzonder in het verleden hebben begaan, is de inherente oorzaak in feite ongelooflijk simpel en fundamenteel. Het is een van de Drie Vergiften die het ons leven lastig maken en al het ander menselijk leven in deze wereld. M.a.w., het is óf hebzucht, óf woede, óf onwetendheid van de ware betekenis en aard van het leven zelf; die onwetendheid welke niet alleen blinde domheid voortbrengt, maar ook angst – vooral angst voor het onbekende. Waarom zouden we moeten lijden onder hebzucht of woede of angst? Er is maar één antwoord, toch? We zijn hebzuchtig en proberen te pakken wat we maar kunnen in dit leven; we manifesteren woede in de vorm van arrogantie of minachting, omdat we macht wensen uit te oefenen; we zijn bang en hebben gebrek aan vertrouwen in onszelf waarmee we barrières en hekken opwerpen om onze ware aard te verbergen – alleen maar omdat we twijfelen (m.a.w. lasteren) aan de onbegrensde kracht van de Gohonzon en vooral dat de Gohonzon nergens anders bestaat dan in onszelf. Als we zonder een schaduw van twijfel wisten dat de Gohonzon – de Boeddhastaat, bron van alle moed, wijsheid, compassie en voorspoed – binnen in ons schijnt, zouden we woede, hebzucht en onwetendheid of angst heel natuurlijk overwinnen en daarmee het lijden wat we nu ondergaan vanwege die Drie Vergiften. Dit is precies zoals de Lotus Soetra verklaarde: “Als je zange wenst te doen, ga dan rechtop zitten en mediteer over de ware aard van het leven en al je vergrijpen zullen verdwijnen als rijp en dauwdruppels in het zonlicht van verlichtte wijsheid". De ware aard van het leven is natuurlijk de Gohonzon, of Nam-myoho-renge-kyo.

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.