Geloof is de sleutel tot wijsheid
Barbara Cahill uit de UK-Express van mei 1996
vertaald en gepubliceerd in de ‘Kompas richting 21ste eeuw’

President Ikeda heeft het belang van wijsheid in de huidige wereld benadrukt in zijn lezingen over de Hoben en Juryo hoofdstukken van de Lotus Soetra. Barbara Cahill van de SGI-UK benadrukt in dit artikel het belang van het ter harte nemen van deze raad. Zij gaf de volgende toespraak tijdens een bijeenkomst van verantwoordelijken in het Verenigd Koninkrijk.

“Deze tijd is er een van veranderingen. Met nog maar een korte tijd te gaan voor het aanbreken van de 2lste eeuw, maken de wereld en de afzonderlijke landen ingrijpende veranderingen door. Waaraan is in deze tijd van grote veranderingen het meest behoefte? In een enkel woord gezegd: wijsheid.

Als individu of lid van een groep zullen mensen, als ze de gebeurtenissen van deze tijd en de maatschappij met een kritische blik bekijken en heldere wijsheid aan de dag leggen, zich zelfs door de meest tumultueuze gebeurtenissen niet laten deprimeren. In plaats daarvan kunnen zij verandering leiden naar ontwikkeling, naar overwinning en het creëren van waarde.
In tegenstelling tot deze mensen zullen degenen die vasthouden aan een weinig flexibele en ouderwetse manier van denken, achterblijven. Het resultaat van een onjuiste respons op veranderingen is mislukking. Het heden is een tijd waarin zo’n onverbiddelijke striktheid geldt; we moeten de uitdaging daarvan niet onderschatten. Dus wordt de wijsheid de Aldus Gekomene die ‘het ware aspect van de wereld exact zo ziet als het ook is’, voor geluk en overwinning steeds belangrijker .”

Inhoud van de toespraak van Barbara Cahill met betrekking tot bovenstaand citaat uit het 26ste deel van de lezing van President Ikeda over de Hoben en Juryo hoofdstukken.

De meeste van ons zijn niet blij met veranderingen. We klampen ons stevig vast aan wat is geweest; we zijn bang voor verandering en sluiten er de ogen voor. Wat president Ikeda in het bovenstaande zegt is van groot belang. Hij schotelt ons de uitdaging voor de nieuwe eeuw voor. Hij motiveert ons vastgeroeste oude gewoonten zoals zelfvoldaanheid, zelfkritiek, cynisme, hopeloosheid, angst en een gevoel van mislukken te ontstijgen. Hij vertelt ons dat het reageren op veranderingen vanuit deze oude gewoonten slechts in een nederlaag zal eindigen en dat we op een andere manier kunnen reageren. Hij spelt het letterlijk voor ons uit: “Waaraan is in deze tijd van grote veranderingen het meest behoefte? In een enkel woord gezegd: wijsheid”.

Ik weet zeker dat we allemaal wel eens ervaren hebben dat wijsheid direct uit ons leven omhoog kwam; een plotselinge flits van intuïtie toen je de juiste beslissing nam; het doorzien van een bepaalde situatie die je versteld doet staan omdat die wijsheid uit jezelf scheen te komen; een reactie of commentaar waarmee je iets positief beïnvloedde en dat zelfs een duidelijke en weldadige uitwerking had op het leven van iemand anders.

Leven met wijsheid
Het is mogelijk om constant op dit niveau te leven. Denk je eens in hoe anders je zelf zou zijn als je de hele dag op deze manier zou leven? Het kan niet onmogelijk zijn, want president Ikeda raadt het iedereen aan en niet alleen aan bijzondere mensen. Maar denken we er ooit over om dit van onszelf te verlangen? Zien we ‘leven met wijsheid’ als de grote verandering die we in ons leven willen maken?

President Ikeda zegt dat het een uitdaging inhoudt en hij legt uit hoe we het kunnen doen. Hij vertelt ons dat geloof de ‘schatkamer van oneindige wijsheid’ is . Dus geloof is de sleutel tot wijsheid. In de gosho ‘Over gebed’ schrijft Nichiren veel over geloof. Daarmee bedoel ik niet het geloof in een abstract concept als een god buiten onszelf die, als we maar genoeg geloof hebben, onze wensen inwilligt. Geloof is je met je hele wezen op de Gohonzon concentreren, op je eigen Boeddhastaat. Deze concentratie kun je ook richten op alles waar je op het moment ook maar mee bezig bent in het dagelijks leven.

Onze Boeddhastaat prijzen
Voor de Gohonzon worstelen we om ons werkelijk op onze Boeddhastaat te kunnen concentreren. Als we Nam-myoho-renge-kyo reciteren zijn we in feite onze Boeddhastaat aan het prijzen. Maar waar denken we aan? Zijn we bezorgd of angstig voor wat de dag ons zal brengen of haten we onszelf om een mislukking? Waarom denken we er niet aan om de Gohonzon en onze eigen Boeddhastaat te prijzen? Als onze woorden en gedachten een zijn en we de Gohonzon en onze Boeddhastaat prijzen hebben we geloof; dan hebben we onze ‘schatkamer van oneindige wijsheid’ geopend.

Natuurlijk moeten we ook regelmatig onze zorgen en lijden naar de Gohonzon uiten. Maar we zouden het daar niet bij moeten laten. Ik heb het idee dat we, elke keer dat we voor de Gohonzon zitten, enige tijd moeten gebruiken om te prijzen en ons te concentreren op de wonderlijke wereld van Boeddhaschap die in ons aanwezig is. Dat is werkelijke verantwoordelijkheid voor ons leven en ons geluk. Dit is de uitdaging om een veelbetekenende verandering te maken en niet te wachten op veranderingen die uit de lucht komen vallen. Het houdt in dat we ons werkelijk verantwoordelijk voelen om die veranderingen zelf te bewerkstelligen.

Met andere woorden, we proberen niet het geloof te hebben dat de Gohonzon onze wensen zal beantwoorden, maar we doen ons best om in onze oneindige Boeddhastaat te geloven. Er is een wereld van verschil tussen deze twee dingen. We moeten met onszelf vechten om in onszelf te geloven.

Om anderen geven
I k denk dat de meeste van ons vaak een fundamenteel punt verkeerd zien bij onze beoefening. Het is van doorslaggevend belang om onszelf toe te staan dat de grootsheid van onze Boeddhastaat in ons leven werkt. Toen we jong waren leerden de meeste van ons om niet egoïstisch of egocentrisch te zijn en de anderen altijd op de eerste plaats te zetten. Deze houding heeft veel met het Christendom te maken. Zelfs als we niet christelijk opgevoed zijn heeft het de cultuur waarin we opgroeiden doordrongen. Het is niet iets incidenteels maar het was vaak de hoofdboodschap die we van onze ouders ontvingen. We leerden ons ‘feitelijke zelf’ te ontkennen en er een andere ‘denkbeeldige persoon’ voor in de plaats te zetten en ons voor te doen alsof we om anderen gaven en onze eigen behoeften en wensen opzij schoven.

Dit wegcijferen van jezelf is niet iets dat het boeddhisme leert. Het boeddhisme leert dat elk leven in wezen Boeddhaschap is. We kunnen dit niet in onszelf realiseren als we onszelf wegcijferen. Er zijn waarschijnlijk maar heel weinig mensen die niet het grootste deel van hun leven hebben gewijd aan dit wegcijferen van wat in werkelijkheid de kern van hun leven is. Hun eigen grote waarde en waardigheid.

Velen van ons hebben dit principe ook toegepast op het boeddhisme en de activiteiten. Altijd maar proberen aan anderen te denken en aan anderen te geven en jezelf ondertussen te niet doen. Dit heeft er vaak toe geleid dat mensen gedesillusioneerd over het boeddhisme werden omdat ze iets probeerden te geven zonder zich er van bewust te zijn wat er werkelijk te geven is.
Want zolang we vasthouden aan deze gedachte zullen onze activiteiten en onze beoefening gevaar lopen. Omdat we er niet aan hebben gedacht dit idee over onszelf te veranderen, geven we uiteindelijk de organisatie de schuld. We vinden dat ons iets gevraagd wordt dat we niet kunnen geven.

Onszelf waarderen
Wat kunnen we hier aan doen? We moeten er met onze daimoku doorheen breken. Het is belangrijk dat we een manier vinden om onszelf te waarderen en aan onszelf te werken om het idee dat Boeddhaschap in ons leven aanwezig is te ontwikkelen.
Een manier om dat te doen is je excuus aan te bieden voor het vasthouden aan dit diepe gevoel van onwaardigheid of onbaatzuchtigheid.
We kunnen in feite niets doen of volbrengen als het niet voortkomt uit onszelf of gemotiveerd wordt vanuit onszelf. Dus als er een leegte in ons is en geen zelfbewustzijn, dan is er ook geen bron van waaruit we kunnen putten.
We mogen niet ontkennen dat wijzelf het centrum zijn van alles wat we proberen of hopen. De mate waarin we in onszelf geloven bepaalt de mate waarin we slagen.

Medeafhankelijkheid
Het concept van afhankelijk zijn van je omgeving slaat op ons allemaal denk ik. Het leven van iemand die afhankelijk is, is gebaseerd op de problemen van anderen. Over het algemeen zijn die problemen behoorlijk groot, zoals alcoholisme of drugsverslaving. Het leven van de medeafhankelijke wordt gevuld door het proberen de ander te ‘helpen’. Het leven en het geluk van de medeafhankelijke is volledig afhankelijk van hoe het met degene die hij probeert te helpen gaat. Hoe was ze gisteren, hoe was ze vanochtend, hoe zal het met haar zijn als ze vanavond thuiskomt?

De inspanningen die de medeafhankelijke maakt zijn nooit voldoende om echt te helpen. Maar waarom dan toch niet? Omdat ze niet voortkomen uit iets dat krachtig van binnen is gevestigd. Ze zijn gebaseerd op de zwakheid van een ander persoon. Het unieke verschil tussen de hulp van een medeafhankelijke en de hulp van een bodhisattva is dat de bodhisattva in zichzelf de onuitputtelijke bron van de Boeddhastaat heeft gevestigd.

De bodhisattva moet de bron van Boeddhawijsheid in zijn eigen dagelijkse leven vestigen. Om dit te kunnen moeten wij als Bodhisattva’s van de Aarde ons leven in het centrum zetten als we reciteren. Het is de verandering in onszelf die ons in staat stelt de ander te helpen. De hulp die we bieden moet vanuit onze innerlijke kracht komen en niet vanuit onze zwakheid of afhankelijkheid. Als we van enig belang willen zijn als bodhisattva dan moeten we ons ‘zelf’ in het centrum hebben. Dit ‘zelf’ is niet naar buiten gericht, maar juist naar binnen om de manier te vinden om vooruit te gaan in antwoord op een probleem. Dat antwoord zal daar ook gevonden kunnen worden door oprechte daimoku.

Het zelf in het centrum
We hebben geleerd dat ‘egocentrisme’ het ergste is dat er is. Het is egoïstisch om egocentrisch te zijn. We walgen ervan bij onszelf en bij anderen. Maar laten we het eens omdraaien. Laten we in plaats van ‘egocentrisch’ zeggen ‘het zelf in het centrum’. Dit is wat we hard nodig hebben. Het is ongetwijfeld de grootste verandering die we in onze boeddhistische beoefening kunnen maken.
Je richten op je ‘zelf’, ophouden met je ‘zelf’ te ontwijken maar je in plaats daarvan direct op je ‘zelf’ te richten en je Boeddhanatuur ontdekken, onze eigen ware kracht, onze oneindige compassie, wijsheid en moed.

Ik denk dat we allemaal na verloop van tijd tegen een echt groot probleem lopen dat ons dwingt de manier waarop we over ons zelf denken wezenlijk te veranderen. In eerste instantie lijkt het probleem altijd van buitenaf te komen en met iets of iemand anders te maken te hebben. Of de situatie lijkt onoverkomelijk. Toch is het probleem enkel ontstaan door de manier waarop we naar onszelf kijken en door de manier waarop we onszelf beperken.

Het omverwerpen van dat vastgeroeste idee is precies waar het in onze beoefening om draait. Het gaat om het veranderen van onszelf en ons gemoed zodat we zelfvertrouwen en geloof in onze eigen menselijkheid en wijsheid hebben. Hier moeten we naar streven. We moeten dit voorrang geven.

Hoop verzamelen
In zijn vredesvoorstel van 1995 schrijft president Ikeda: “Onze toekomst hangt af van het feit of we voldoende hoop kunnen verzamelen om kansen te grijpen als die zich voordoen”. Voor mij is dit een hele andere benadering van het woord ‘hoop’. 1k dacht altijd dat sommige mensen nou eenmaal van nature optimistisch en hoopvol waren en anderen niet. Maar president Ikeda zegt dat we hoop kunnen verzamelen en hij citeert een Franse filosoof: “Pessimisme komt voort uit onze hartstochten; optimisme komt voort uit onze wil”.
Als we hoop kunnen verzamelen, dan kunnen we een kans zien als die zich voordoet. Alles hangt af van onszelf, hoe we de wereld zien. Daarom beoefenen we, niet dat de Gohonzon onze wensen zal vervullen, maar om een heel ander beeld van onszelf en de wereld te hebben. President Ikeda gaat verder over het belang van optimisme: “Nu, meer dan ooit, hebben we een visie nodig die wordt ondersteund door een solide filosofie. We moeten ernaar streven om die visie te verwezenlijken door te handelen met een sterk dynamisch optimisme”.
Met andere woorden, we moeten bereid zijn ons bezwaarde hart te veranderen in een hart dat vervuld is met hoop en optimisme. De wil ontwikkelen om dit te doen is van groot belang, veel belangrijker dan het reciteren voor hulp van de Gohonzon. Leren om hoop en optimisme te ontwikkelen stelt ons in staat anders over onszelf en anderen te denken en positief op het leven te reageren.

Ichinen
In je ‘zelf’ kijken betekent niet dat je de oorzaken van een probleem gaat analyseren of het met je ratio oplost. Het is meer dat je erkent dat Boeddhaschap in jezelf aanwezig is en daardoor de antwoorden op onze problemen ook. In plaats van smeken naar de Gohonzon moeten we onze eigen oneindige mogelijkheden uitdrukken met elke daimoku die we reciteren. Op deze manier wordt onze ‘wil’ ons ‘ichinen’. Kunnen we een ‘ichinen’ ontwikkelen om optimistisch te zijn?

We denken gewoonlijk over ‘ichinen’ in termen van het maken van een beslissing voor iets zoals: “Ik zal die baan krijgen”. Natuurlijk is het belangrijk om zo’n overtuiging te hebben, maar denk je eens in hoeveel meer baat we zouden kunnen ontlenen aan het werkelijke ichinen om optimistisch en hoopvol te zijn. Het ontwikkelen van deze twee kwaliteiten is het soort innerlijke verandering waar ik het eerder over had. Je voornemen dit te doen zal ons veel meer beïnvloeden dan het krijgen van die baan. Als we in staat zijn hoop vanuit ons leven voort te brengen, kunnen we die ook aan anderen geven.

Het is tijd om een werkelijk levendig ichinen te ontwikkelen. We moeten niet alleen maar reageren op de problemen waar we mee geconfronteerd worden als medeafhankelijke, maar de grote geest van bodhisattva naar buiten brengen die gebaseerd is op de nadruk op onze Boeddhastaat.

Onvoorwaardelijk optimisme
Tijdens een lezing in India in 1992 sprak president Ikeda over het onverwoestbare optimisme van Mahatma Gandhi: “Omdat die onvoorwaardelijk was kende zijn optimisme geen impasse. Zolang hij vast hield aan zijn overtuiging, toonde zijn optimisme een beeld van onbegrensde hoop en overwinning”

Gandhi’s optimisme was geen zandkasteel, het was iets waar hij voor vocht. Hij deed dit door wat president Ikeda omschreef als een ‘hard proces van zelfonderzoek’. Dit zelfonderzoek veroorzaakte een onvoorwaardelijk optimisme, een geloof in de wezenlijke menselijkheid en geweldloosheid van de mensheid, zelfs toen hij vreselijke vervolgingen onderging en gevangenschap.
Ik denk dat onze inspanningen voor kosen-rufu gebaseerd zouden moeten zijn op ons eigen optimisme. Hiermee bedoel ik niet het optimisme van een dwaas die de beproevingen in het verschiet niet ziet, maar het optimisme van iemand als Gandhi. Het is onvoorwaardelijk en komt voort uit de innerlijke worsteling met ons aangeboren pessimistische zelf. We hebben deze onvoorwaardelijke instelling nodig omdat het cynisme, gebrek aan begrip en onverschilligheid zo groot is.

President Ikeda zei onlangs: “Onze activiteiten kun je beschouwen als een beweging die de geestestoestand, het innerlijke rijk van het leven en het humanisme van zowel onszelf als van anderen vergroot. Ons leven ontwikkelt alleen in de mate waarin we hoop en moed aan anderen geven en ze in staat stellen hun leven te ontwikkelen”.

Innerlijke ontwikkeling
Ons leven is onlosmakelijk verbonden met het leven van anderen en we kunnen het alleen ontwikkelen door wat we doen om anderen hoop en moed te geven. We kunnen niet ontwikkelen zonder de instelling om aan anderen te geven. Daarentegen zou je kunnen zeggen dat we, als we aan anderen geven en toch niet verwachten of er op uit zijn onszelf te ontwikkelen, niet het boeddhisme van Nichiren Daishonin beoefenen.

Als we alleen maar geven vanuit een verkeerd idee van onbaatzuchtigheid is er geen ontwikkeling mogelijk en zullen we niets anders bereiken dan een uitgeput gevoel. We moeten onze eigen ontwikkeling beschouwen als het enige dat kosen-rufu mogelijk maakt.

“Simpel gezegd, kennis houdt verband met het verleden; het is technologie. Wijsheid is de toekomst; het is filosofie. Het hart van de mensen verandert de tijd. Kennis mag dan heel nuttig zijn, maar het is geen middel dat de toekomst kan sturen. Wijsheid daarentegen boeit de harten van de mensen en het geeft de kracht om een nieuw tijdperk te openen. Wijsheid is de sleutel naar begrip van de tijd en het creëren van de ‘tijdgeest’.”

Wijsheid versus kennis
Een van de grootste struikelblokken voor onze beweging is ons absolute vertrouwen in kennis. We leven in een tijdperk van technologie en we twijfelen niet aan haar bevoegdheid om ons naar een gelukkige, vervulde toekomst te loodsen. Technologie kan onze dromen enkel beantwoorden, ze niet creëren. De meeste mensen vandaag de dag baseren hun dromen op wat er met de technologie bewerkstelligd kan worden. Dit betekent dat wat we nastreven erg materialistisch is omdat de technologie alleen met een materialistische wereld te maken heeft.

Wij krijgen de resultaten van een product of ontwikkeling gepresenteerd, hoeveel het gekost heeft en hoe het werkt Er wordt ons verteld dat het van ons afhangt wat de waarde ervan is. Toch lijkt het er op dat de meeste van ons bereid zijn om anderen over de waarde ervan te laten beslissen omdat we niet inzien wat we eraan zouden kunnen doen. En dan vragen we ons af waarom we niet gelukkig zijn. Het is de capaciteit om waarde vast te stellen en te creëren dat echt bepaalt of we gelukkig zijn of niet. Als we niet bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het creëren van waarde in ons eigen leven, dan gaan we door met ongelukkig zijn.

President Ikeda vertelt ons om wijsheid te ontwikkelen, omdat wijsheid een waarde teweeg brengt die ons in staat stelt waarde voor onszelf en anderen te maken. Wetenschap en technologie kunnen dit nooit bewerkstelligen. Kennis is iets dat we verwerven van buitenaf, en omdat we deze invloed van buitenaf zo sterk laten worden, geloven we niet meer in onszelf. Onze subjectieve innerlijke natuur is ondergesneeuwd. Wat kunnen we doen om onszelf weer de macht te geven en ons innerlijke subjectieve zelf te vinden en te waarderen? Wat kunnen we doen om onze wijsheid te vestigen en er in te geloven?

Allereerst moeten we accepteren dat er behoefte aan verandering is en ons concentreren op onszelf als we reciteren. Het is van groot belang dat we ermee ophouden ons leven te baseren op iets dat buiten onszelf is. We zouden alles moeten baseren op ons innerlijk.
Ten tweede moeten we onszelf uitdagen compassie te ontwikkelen. President Ikeda zegt: “De bron van Boeddhawijsheid is compassie. Boeddhawijsheid komt voort uit en is een met compassie”. Is dat niet interessant? Wij zijn geneigd wijsheid te associëren met de geest en het intellect, maar hier legt president Ikeda uit dat het vanuit het hart komt.

In een andere toespraak legt hij uit hoe wijsheid uit compassie voortkomt. Hij gaf het voorbeeld van een moeder die, zolang ze compassie voelt voor haar baby, de wijsheid heeft wat ze moet doen als haar baby huilt. Als ze kwaad of gefrustreerd is over het huilen, wordt haar wijsheid geblokkeerd en weet ze niet meer wat ze moet doen.

Handelen vanuit compassie
Kazuo Fujii gaf een paar heel belangrijke punten over geloof en wijsheid. Hij zei dat we al een Boeddha zijn en daardoor bezitten we al wijsheid. Hij zegt dat geloof onze wijsheid opent. En het interessantste punt; Geloof is niet iets dat we verwerven. Geloof is simpelweg een verandering in ons denken. We veranderen ons denken in dat van de Boeddha. En de manier waarop we dat doen is te handelen als een Boeddha, met medeleven.

Maakt dit onze rol in de organisatie niet duidelijk? Door deel te nemen aan de activiteiten van de SGI zijn we in staat ons standpunt te veranderen in dat van de Boeddha. Onze Boeddhanatuur wakker te maken door met medeleven te handelen. We moeten niet streven om een Boeddha te worden, maar meer accepteren dat we een Boeddha zijn en handelen als een Boeddha. Hoe meer we dit doen hoe meer wijsheid zich openbaart.

We hoeven niet bezorgd of angstig te zijn over de toekomst. We zijn op dit moment begiftigd met de wijsheid die ons in staat stelt een schitterend, vervuld en gelukkig leven te leiden. De sleutel tot deze manier van leven ligt in het handelen voor anderen met compassie.
We moeten dus veranderen van mensen die de Boeddha’s leer horen, in mensen die anderen in staat stellen de leer te horen. Als we ons inspannen om dit te doen dan leven we wijs. Zoals president Ikeda in zijn lezing zegt: “De wijsheid die voortkomt uit de compassie van de Boeddha om anderen te helpen gelukkig te worden is de onderliggende kracht die maakt dat de Boeddha verschijnt”.

Hier zijn een aantal punten die kunnen helpen bij het maken van de veranderingen waar ik het hierboven over had.

• Reciteer overvloedig daimoku. Dat is het voornaamste omdat daimoku onze vitale verbindingslijn naar ons zelf is. Onze beslissing om dit te doen is heel belangrijk. Zelfs maar een beetje meer daimoku helpt al.

• Erkennen dat we op iets anders dan op onze Boeddhastaat hebben vertrouwd. We hoeven niet te weten wat dat precies is en het is niet nodig onszelf te analyseren en het te vinden. Zeg alleen maar: “Ik ben vastbesloten de Gohonzon in het centrum van mijn leven te zetten en mijn leven op mijn Boeddhastaat te baseren”.

• We kunnen onze eigen beslissing voor kosen-rufu in onszelf vinden. Het is aan ons de weg vooruit te bepalen. We zouden niets uit gewoonte moeten doen. We zouden onze eigen rol moeten bepalen en elke dag weer een beslissing nemen om die rol te verwezenlijken.

• Handel als de Boeddha gebaseerd op daimoku en de grote wens voor de verwezenlijking van kosen-rufu. Zo zetten we ons zelf in het centrum en worden we wijs.

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.