[an error occurred while processing this directive] [an error occurred while processing this directive]

Geloof en rede
(SGI Quarterly, okt. 2001) Vertaling Karen de Groot

Geloof, ofwel overtuiging en rede worden gewoonlijk gezien als dat ze wezenlijk tegenovergesteld zijn aan elkaar. Veel mensen beschouwen elk soort van overtuiging – en religieuze overtuiging in het bijzonder – als een soort verlamming van het verstandsvermogen, een intellectuele steunkruk. Echter, tegenwoordig wordt deze veronderstelling van een scherpe tegenstelling tussen geloof en rede, die het keurmerk van de moderne gedachte is geweest, weer onderzocht.

Filosofen uit de twintigste eeuw, zoals Ludwig Wittgenstein en José Ortega y Gasset hebben er op gewezen dat ieder van ons leeft, handelt en denkt binnen een systeem van overtuigingen dat grotendeels onbewust is, maar zonder dat systeem zouden we geen enkele gedachte kunnen hebben of actie kunnen ondernemen. “Onze overtuigingen zijn al in de dieptes van ons leven in werking gesteld wanneer we iets denken,” schrijft Ortega y Gasset. Verstand ofwel rede is in deze zin gefundeerd op geloof. Als geloof ofwel overtuiging het fundament van het leven is, dan hebben we niet echt een keuze in of we wel of niet geloven. We kunnen echter kiezen waar we in geloven, wat de inhoud van ons geloof zal zijn.

Binnen de boeddhistische traditie is de relatie tussen geloof en rede sinds de Oudheid onderwerp geweest van aanhoudend onderzoek. Hoewel deze traditie altijd de mening was toegedaan dat de verlichting van de Boeddha niet in zijn geheel begrepen en uitgedrukt kan worden door rede of taal, heeft het Boeddhisme consequent de beschouwing gehad dat rede en taal hoogst gewaardeerd zouden moeten worden.

Hoewel de verlichting van de Boeddha het gebied van de rede overtreft, is het niet irrationeel, noch verzet het zich tegen logisch onderzoek. Geloof in de boeddhistische leer is in feite de basis voor een vorm van intellectueel onderzoek wat niet alleen gebruik maakt van analytische vermogens maar er ook naar streeft om de intuïtieve wijsheid, die gegrondvest is in de diepste spirituele lagen van het mensdom, te ontwikkelen. Studie en kennis kunnen als een poort naar wijsheid dienen; maar het is wijsheid wat ons in staat stelt om kennis te gebruiken op de meest humane en waardevolle wijze. Het is aantoonbaar dat de verwarring van kennis en wijsheid ten grondslag ligt aan onze maatschappelijke vertekeningen.

Nichiren ontwikkelde en presenteerde zijn leerstellingen eveneens op zeer rationele wijze. Hij staat zeer bekend om zijn geleerdheid en bereidheid tot debatteren. Veel van zijn geschriften zijn geschreven in de vorm van een dialectische vraag en antwoord, waarin twijfels worden aangedragen, beantwoord en opgelost.

Sraddha, prasada en adhimukti zijn drie uitdrukkingen in het Sanskriet die in de Lotus Soetra vertaald worden als ‘geloof’ of ‘overtuiging’. Sraddha, dat wordt gedefiniëerd als de eerste fase van boeddhistische beoefening, betekent ‘geloof opwekken’ en ook ‘het nieuwsgierig zijn naar’. De uitdrukking sluit dus de betekenis van een gevoel van eerbied en verwondering in dat de basis lijkt te zijn van alle religieuze gevoelens.

Prasada drukt het idee uit van zuiverheid en helderheid. Vanuit het boeddhistische standpunt zou men kunnen zeggen dat het eigenlijke doel van geloof is, de geest te zuiveren om zo onze inherente wijsheid naar buiten te kunnen laten schijnen.

Adhimukti betekent letterlijk bedoeling, dat wil zeggen, de oriëntatie van onze geest of wilskracht. Dit is de mentale houding van iemand die zijn begrip verdiept en zijn leven cultiveert en polijst met het oog op het vervolmaken van de verheven staat van prasada. Geloof zuivert dus het verstand, versterkt het en verheft het en het is een machine voor voortdurende zelfverbetering. Daisaku Ikeda heeft geloof gedefinieerd als ‘een open en zoekende geest, een zuiver hart en een flexibele spirit’.

De bovenstaande uitdrukkingen kunnen tegenover bhakti worden gesteld, een andere uitdrukking in het Sanskriet voor geloof. Bhakti wat oorspronkelijk betekent ‘deel worden van’, is een geloof dat geassocieerd wordt met een beoefening van zich overgeven aan – en eenwording met – een alles overtreffende godheid. Dit woord wordt zelden of nooit gebruikt in boeddhistische teksten.

De moderne tijd schijnt ervan overtuigd te zijn dat het intellect een onafhankelijk vermogen is, dat onafhankelijk van gevoel of geloof werkt. Toch wordt het duidelijker dat vele trends, zoals het uitoefenen van technologische heerschappij over de natuur, sterk berusten op subjectieve overtuigingen of waardeoordelen.

Wat nu nodig is, is nieuwe eenwording van geloof en rede die alle aspecten van het menselijk wezen en de maatschappij omvat, inclusief de inzichten die zijn bewerkstelligd door de moderne wetenschap. Dit moet een poging zijn om de volledigheid te herstellen binnen de menselijke maatschappij, die uiteen gescheurd is door uitersten in beweegredenen en kunstmatig gescheiden van geloof en redeloos religieus fanatisme.

Deze synthese moet ontstaan uit een dialoog die gebaseerd is op wederzijds respect. Beide zijden moeten deze dialoog niet benaderen met het verlangen om heerschappij over de ander te vestigen, maar om met een leerzame geest, diepere en rijkere aders van waarheid te delven. Dit kan alleen maar mogelijk zijn als alle deelnemers het doel van menselijk geluk stevig in het oog houden. Helpt een bepaalde positie, aanpak of overtuiging de menselijke conditie vooruit of achteruit? Alleen op deze basis kan een dialoog tussen geloof en rede werkelijke en duurzame waarde voor de mensheid voortbrengen.

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.