![]() |
![]() |
|
||||||||||||||||||||
|
Geef
je dromen nooit op Samenvatting van een lezing van Linda Johnson door Mark A. Grasso (2001) Vertaling Karen de Groot Dit is een korte samenvatting van een lezing van Linda Johnson. Zij is een SGI-USA verantwoordelijke in Californië en gaf deze lezing aan de SGI-USA kunstdivisie op 29 mei 2001.Behalve haar verantwoordelijkheid voor duizenden SGI-USA leden in Zuid Californië, werkt Linda Johnson ook als strafrechtelijke advocaat. Ze heeft supervisie over negen andere advocaten en daarbij haar eigen zaken. In haar lezing deelt ze haar inzichten aangaande het boeddhistische principe van ‘esho funi’, ‘de onafscheidelijkheid van levende wezens en hun omgeving’ en hoe je dit principe in praktijk kan brengen teneinde je eigen dromen te verwezenlijken. Haar voornaamste punt is: We beoefenen het boeddhisme van Nichiren Daishonin om al onze eigen dromen te verwezenlijken. In het proces van het verwezenlijken van onze dromen door middel van de beoefening van Nam-myoho-renge-kyo, zijn we in de gelegenheid om anderen aan te moedigen door onze eigen ervaringen hen te delen. We kunnen onze ervaringen beschouwen als ‘levende’ boeddhistische ‘parabels’ die we gebruiken om het boeddhisme van Nichiren Daishonin met anderen te delen. Onze ervaringen gebruiken om anderen aan te moedigen geeft onze gebeden ontzettende kracht en het schept zelfs grotere vreugde en tevredenheid in ons eigen leven. Terwijl de meeste onder ons een duidelijke scheiding zien tussen onszelf en onze omgeving (sociaal, natuurlijk, etc.), verklaart het principe van ‘esho funi’ in feite dat er helemaal geen scheiding bestaat. Wat we doen, de acties die we nemen met onze gedachten, woorden en daden, wordt altijd door onze omgeving weerspiegeld. Heel vaak als we daimoku chanten en inspanningen leveren voor een bepaald doel, lijkt het alsof we tegenwerking aantrekken vanuit onze omgeving. Het is heel normaal om deze negatieve reactie op te vatten als een ‘teken’ of een indicatie dat we ons doel niet kunnen bereiken. Echter, zoals Linda aanduidt, volgens ‘esho funi’ is onze omgeving de weerspiegeling van ons ‘ware hart’, onze werkelijke overtuiging, het is niet de oorzaak ervan. En als ons ware hart ‘zegt’: “Ik kan het niet”, dan gaat onze omgeving het daar gelijkelijk mee eens zijn. Het principe van ‘esho funi’ gebruiken betekent dat we herkennen dat onze omgeving altijd en alleen de weerspiegeling is van onze eigen werkelijke levensstaat. Vanuit dat gezichtspunt laat onze omgeving ons precies die stukken van ons leven zien die veroorzaken dat we opgeven, dat we opgeven aan onszelf. Gesteund door dit inzicht gaan we terug naar de Gohonzon en ons boeddhistisch geloof, onze beoefening en studie (‘shin, gyo, gaku’) om onze eigen inherente twijfel uit te dagen en het te vervangen met waar, onwankelbaar vertrouwen. Een droom nastreven betekent altijd dat we ons eigen ‘twijfelende’ zelf tegenkomen. Echter, het uitdagen van onze eigen zwakte en het nastreven van onze droom is de juiste handeling die waar vertrouwen ontwikkelt. Omdat we Boeddha’s zijn bezitten we inherent iedere hulpbron die nodig is om onze dromen te bewerkstelligen. Er is niemand beter dan we zelf zijn. Noch is er iemand minder dan wij zijn. En door onze eigen dromen na te jagen waarbij we, zoals Nichiren Daishonin zegt, ‘het machtige zwaard van de Lotus Soetra’, de Gohonzon, gebruiken, doen we de ervaring op om onze dromen te kunnen verwezenlijken en anderen te kunnen aanmoedigen. Overdenkingen omtrent deze lezing door Mark A. Grasso: Wij maken de kracht van ons gebed geldig telkens als we obstakels uit onze omgeving aantrekken die precies in tegenstelling zijn met ons doel. Iedereen kan een droom hebben. Echter, het bereiken van die droom betekent noodzakelijkerwijs dat je jouw capaciteit moet ontwikkelen om die droom met heel je hart, met het volste vertrouwen, te kunnen omarmen. Het ontwikkelen van de capaciteit om je droom met heel je hart te omarmen, komt voort uit de strijd tegen oppositie. Met andere woorden, om een droom te hebben, moeten we evenzeer bereid zijn om de uitdaging aan te gaan om die droom te verwezenlijken. Ik geloof dat hier de meeste van ons aarzelen. In de woorden van Nichiren Daishonin: “Het is slechts gebrek aan moed dat ons heeft verhinderd om tot nu toe Boeddhaschap te bereiken”. Wat vereist is, is de moed om onze eigen ‘laffe’ aard te overwinnen en de beslissing te maken om inderdaad de tegenwerking op te roepen die ons zal trainen om ons doel te kunnen volbrengen. Op het niveau van een Boeddha verklaarde Nichiren Daishonin dat, tenzij hij de ‘Drie machtige vijanden’ (omschreven in de Lotus Soetra als dat zij de ‘volgeling van de Lotus Soetra’ vervolgen) kon oproepen, hij anders niet de ware ‘volgeling van de Lotus Soetra’ was. Allereerst baseerde Nichiren Daishonin zich op de maatstaf van feitelijk bewijs. Ons krachtig gebed, gebaseerd op ‘Myoho’, zal altijd zowel tegenwerking als steun en kracht oproepen om onze dromen te kunnen vervullen. Echter, onze fundamentele houding in gebed, ofwel ons ‘ichinen’ (‘beslissing’ of vastberadenheid), is belangrijk. In ‘Het openen van de ogen (II)’ Gosho, nadat hij de vraag had gesteld over zijn kennelijke gebrek aan bescherming van de ‘hemelse goden’ die in de Lotus Soetra hadden beloofd dat zij de ‘volgeling van de Lotus Soetra’ zouden beschermen, verklaarde Nichiren Daishonin: “Dit verklaar ik: Laat de goden mij verzaken. Laat alle vervolgingen mij aanvallen. Nog steeds zal ik mijn leven geven ter wille van de Wet”. “Hier zal ik een grootse gelofte maken. Ofschoon de heerschappij over Japan mij mag worden aangeboden enkel als ik de Lotus Soetra in de laat, de leerstellingen van de Meditatie Soetra accepteer en wedergeboorte in het Pure Land tegemoet kan zien, ofschoon mij verteld mag worden dat het hoofd van mijn vader en moeder afgehakt zal worden als ik niet de Nembutsu reciteer – wat voor obstakels ik ook mag tegenkomen, zo lang als wijze mensen niet kunnen bewijzen dat mijn leerstellingen onjuist zijn, zal ik nooit zwichten! Alle andere kwellingen zijn niet meer dan stof dat opwaait voor de wind. Ik zal de steunpilaar van Japan zijn. Ik zal de ogen van Japan zijn. Ik zal het grootse schip van Japan zijn. Dit is mijn gelofte en ik zal die nooit verzaken!” (Het openen van de ogen (II), WND, p. 280, geschreven in maart 1272 in ballingschap op het eiland Sado) Wat onze droom ook moge zijn, de beslissing om het te bereiken verschilt hier niets van. Verder verklaart hij nog aan Shijo Kingo en zijn vrouw en aan hun baby dochter, Kyo’o: “Het machtige zwaard van de Lotus Soetra (Gohonzon) moet gehanteerd
worden door iemand die moedig is in geloof. Dan zal men zo sterk zijn
als een duivel die gewapend is met een ijzeren staaf”. Ik geloof dat dit een wezenlijk punt uitdrukt van raad in het Boeddhisme
van de Daishonin, dat we geloof in praktijk moeten brengen om onze dromen
te verwezenlijken. This page was last modified on Sunday, August 20, 2006. |