![]() |
![]() |
|
||||||||||||||||||||
|
Wat is het verschil tussen sympathie
en echte compassie? door Sarah Litvinoff, UKE juli 1999 Vertaling Karen de Groot De kwaliteiten van Boedhaschap die wij elke dag versterken door het reciteren
van Nam-myoho-renge-kyo zijn wijsheid, moed of levenskracht en compassie. Van
deze drie, wordt compassie het meest verkeerd begrepen. Dit komt deels omdat
de boeddhistische definitie overvloediger en subtieler is en verder gaat dan
de gebruikelijke definitie in het woordenboek. Sympathie - medelijden hebben met iemand - kan de impuls zijn voor een daad
uit medeleven, net als dat kan met het hebben van inlevingsvermogen - om werkelijk
te begrijpen hoe zij zich voelen vanuit intuïtie, of vanuit onze eigen
ervaring. En natuurlijk is het veel gemakkelijker om te handelen vanuit medeleven
als we die gevoelens van medeleven echt hebben, vooral als we die andere persoon
aardig vinden. De compassie die in Boeddhaschap wordt getoond is volkomen onpartijdig - dus
om aan iedereen te tonen: zelfs aan mensen waar we een diepe hekel aan hebben,
of die ons onrecht hebben aangedaan. Het is veel moeilijker om compassie te
tonen aan een luidruchtige en tiranniserende buurman, of aan een ex-partner
die ons zoveel pijn heeft gedaan. Stel dat je een collega hebt die lomp en humeurig is en niemand vindt haar
aardig. Bitter klaagt ze bij jou over hoe anderen haar behandelen en vertelt
ze je gedetailleerd waarom het altijd de schuld is van iemand anders. Hoe handel
je nu vanuit compassie? Door sympathiek te knikken en met haar in te stemmen
hoe zielig dat voor haar is? Neemt dit het lijden weg en geeft het fundamenteel
geluk? Misschien voelt ze zich tijdelijk beter. Maar haar gedrag blijft hetzelfde,
dus wordt haar lijden verlengd. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. We moeten moedig zijn om iemand iets te vertellen wat ze niet willen horen (dat is waarom we levenskracht of moed nodig hebben, een van de andere kwaliteiten van Boeddhaschap). Wij moeten de juiste woorden vinden en de juiste toon, want anders maken we die persoon alleen maar overstuur en bereiken we niks (we hebben de wijsheid van de Boeddha nodig). Wij moeten de energie hebben om dit op te volgen met ondersteuning als dat nodig is (dit vereist weer levenskracht, wat gelijkwaardig is aan moed). Wij moeten er absoluut zeker van zijn dat wij handelen vanuit compassie en niet vanuit woede, haat of wraak - hetgeen zal doorschemeren, hoe zorgvuldig wij onszelf ook mogen uitdrukken. Met andere woorden, wij hebben elk bestanddeel van ons meest voortreffelijke zelf nodig - wat vervat is in Boeddhaschap. De test is altijd: heb ik leed weggenomen en de weg naar fundamenteel geluk geleid? Als dat zo is, dan heb ik met compassie gehandeld. Hoe goed onze bedoelingen ook zijn, het is het resultaat wat telt. Veel mensen praten over, dat ze allereerst zichzelf met compassie moeten behandelen, als een stap om werkelijk vanuit compassie te kunnen handelen naar andere mensen toe. Soms zijn we te hard naar onszelf toe en we moeten beseffen dat dit ons tegenhoudt. Maar, net als dat het een daad vanuit compassie kan zijn om iemand een pijnlijke waarheid te vertellen, kan het handelen vanuit compassie naar onszelf toe ook betekenen dat we onze normen verhogen en besluiten om iets in onszelf te veranderen wat leed teweeg heeft gebracht in het verleden en wat het zal blijven doen. Nichiren Daishonin leerde dat Nam-myoho-renge-kyo de sleutel is tot fundamenteel, onwankelbaar geluk. Door het Boeddhisme te beoefenen zoals hij het onderwees, ontwikkelen we de capaciteit om alles wat het leven ons voor de voeten werpt - goed en slecht - aan te nemen met het vertrouwen dat het de basis is voor geluk. Dat is waarom het de ultieme daad van compassie is om andere mensen het gereedschap te geven om hetzelfde te kunnen doen - door hen te vertellen over de leerstellingen van Nichiren Daishonin, zodat ze hun eigen innerlijke Boeddhaschap en uiterste geluk kunnen ontwikkelen. De ochtend en avond gebeden die deel uitmaken van onze boeddhistische beoefening
bevatten de woorden, "Mai ji sa ze nen. I ga ryo shujo. Toku nyu mujo do.
Soku joju busshin". (Dit is mijn voortdurende gedachte: hoe kan ik veroorzaken
dat alle levende wezens toegang krijgen tot de hoogste weg en snel Boeddhaschap
bereiken?) Deze woorden drukken de oprechte wens uit die in het hart van alle
Boeddha's ligt. We herhalen ze acht keer per dag, waarmee we ze in ons hart
en onze geest etsen. Dit is onze belofte - om compassie te tonen, een belofte
die we naar onszelf en anderen maken. Het is onze uitdaging om onze eigen unieke
manier te vinden om dit te doen. This page was last modified on Sunday, August 20, 2006. |