Onze missie ontdekken
Lezing door Barbara Cahill – Vrouwen divisie verantwoordelijken training in Trets, oktober 2001; Vertaling Karen de Groot

Laat ik beginnen met de vraag te stellen: “Wie ben jij?” Ik wil daarmee zeggen dat we onszelf niet echt kennen. “Wie ben ik?” Waarschijnlijk is dit voor de meeste van ons een mysterie. We zouden kunnen antwoorden met te zeggen “Ik ben Gina en ik ben districtleidster,” “een moeder”, of “Ik ben Pat en ik ben een secretaresse”. Maar deze beschrijvingen beantwoorden natuurlijk niet echt de vraag: “wie ben ik?” Ze zijn maar een deel van het antwoord.

Maar deze vraag is er één van een aantal vragen die Sensei vraagt om aan onszelf te stellen. Ik zal er zo meer over vertellen, maar laten we laten we eerst even blijven stilstaan bij “wie ben ik?”

Deze vraag heeft te maken met onze identiteit, met iets dat ontoegankelijker is dan namen en labels – iets wat dieper zit dan hoe we dagelijks over onszelf neigen te denken. Dit is een vraag met betrekking tot ons hart. In de context van het Boeddhisme betekent “Wie ben ik?” eigenlijk: “waar ligt mijn hart?” Wat daaruit blijkt is dat, wanneer we worden gevraagd, ‘wie ben ik?’ onze aanvankelijke reactie nogal oppervlakkig is, gewoon een façade die we sinds onze kinderjaren hebben. Toch laten we vaak toe dat deze façade ons leven dicteert. We raken nauw verbonden met ons verleden, met wat in onze eigen kinderjaren ons werd aangeleerd over onszelf. Misschien werd ons verteld: “Je bent zo mooi” of “Je bent nergens goed in” of “waarom probeer je niet een beetje harder?” of “Je bent zo’n lieverd”. Deze zinnen beïnvloeden onze opvatting over onszelf, we denken op die manier over onszelf.

Maar ons ware zelf, onze ware identiteit is vrij van die beperkingen waar we al die tijd mee hebben geleefd. Misschien zou je wel kunnen zeggen dat, tenzij we in het verleden hebben geprobeerd om onze ware identiteit, of onze eigen ware zelf te ontdekken, we onszelf nog niet echt kennen.

Je ware zelf ontdekken vergt inspanning, zowel voor de gohonzon als in de steun en inspiratie die we aan anderen geven. Sensei beschrijft deze inspanning als het creëren van een nieuw leven voor onszelf. De leidraad van zo’n onderneming is dat we ons inspannen om onszelf te veranderen. We veranderen van de oude persoon met angsten en beperkingen in een nieuwe persoon vol hoop, moed en vooral vol compassie.

In het eerste citaat van Sensei, spreekt hij over het creëren van jouw leven. Met andere woorden, meer van je leven te maken dan alleen maar te leven zoals je altijd al deed, door gewoon genoegen te nemen met negatieve karaktertrekken, of je zwakheden te verdoezelen zodat je ze niet hoeft te zien.

“Je moet niet verslappen in de moeite die je doet om een nieuw leven voor jezelf te bouwen. Creativiteit betekent het openduwen van de zware deur naar het leven. Dit is geen makkelijke strijd, het kan zowaar de moeilijkste taak van de wereld zijn. Want het openen van de deur naar je eigen leven is moeilijker dan de deuren te openen naar de mysteries van het universum”.

“Maar de daad van het openen van jouw deur rechtvaardigt jouw bestaan als mens en maakt het leven de moeite waard om te leven. Niemand is eenzamer of ongelukkiger dan de persoon die niet de pure vreugde kent van het creëren van een leven voor zichzelf. Mens zijn is niet louter rechtop staan en gezond verstand en intellect manifesteren – mens zijn in de volle betekenis van het woord is het leiden van een creatief leven”.

“Het gevecht om een nieuw leven te creëren is werkelijk iets fantastisch, het onthult stralende wijsheid, het licht van intuïtie dat leidt tot begrip van het universum, de sterke wens voor gerechtigheid en een vastberadenheid om al het aanvallende kwaad uit te dagen, de compassie die je in staat stelt om het leed van anderen op je te nemen en een gevoel van harmonie met de energie van compassie die vanuit de kosmische bron van het leven gutst en een extatisch ritme schept in het leven van de gehele mensheid. Naarmate je tegenspoed uitdaagt en het juweel dat het leven is polijst, zul je leren om het hoogste pad van ware menselijkheid te bewandelen. Iemand die een creatief leven van het heden de toekomst in leidt zal in de voorhoede van de geschiedenis staan. Ik beschouw deze bloei van het creatieve leven als de menselijke revolutie die nu en gedurende je hele leven jouw missie is”. (President Ikeda 1974)

Als we zijn woorden zorgvuldig beschouwen dan zullen we zien dat de resultaten van het creëren van een nieuw leven immens zijn. Dit zal ons in staat stellen om ‘het leed van anderen op ons te nemen’, ‘het hoogste pad van ware menselijkheid te bewandelen’, ‘tegenspoed uit te dagen’, ‘al het aanvallende kwaad uit te dagen’ en nog veel meer kwaliteiten zullen ons ter beschikking staan. Kijk ook nog eens naar de tweede paragraaf: “de daad van het openen van jouw deur rechtvaardigt jouw bestaan als mens en maakt het leven de moeite waard om te leven.”

Het zal je waarschijnlijk niet verbazen om te horen dat heel veel vrouwen op een bepaald moment ontdekken dat ze het leven niet meer de moeite waard vinden om te leven. Dit komt nogal vaak voor en dit onderwerp gaat Sensei zeer aan het hart. Hij zegt dat ‘de deur openen naar je eigen leven’ moeilijk is, maar ook dat door dit te doen je er voor zorgt dat je een leven van pure vreugde voor jezelf schept.

Ongetwijfeld is deze creatie van een nieuw leven voor onszelf niet een egoïstische, navelstarende oefening. Het stelt ons in staat om werkelijk effectief te zijn in de maatschappij. Ik wil dit nu echt ophelderen – als we onze beoefening gebruiken om een antwoord te vinden op “Wie ben ik?” is dat niet zomaar een oefening die ons alleen maar op onszelf doet concentreren met uitsluiting van het welzijn van anderen.

Telkens wanneer Sensei spreekt over het grote belang van ons ware zelf te ontdekken, heeft hij nooit gezegd dat we ons ergens ver weg van de wereld moeten verschuilen en ons alleen op onszelf moeten concentreren. We kunnen ons ware zelf niet in een vacuüm vinden. Als het ons niet interesseert om te geven om anderen, dan kunnen we ons ware zelf niet vinden.

Ik wil jullie mijn ervaring hierover vertellen. Velen van jullie hebben die al gehoord, maar misschien helpt het me om het punt, waar het mij om gaat, duidelijk te maken en hou alsjeblieft de laatste zin van Sensei in gedachte: “Ik beschouw deze bloei van het creatieve leven als de menselijke revolutie die nu en gedurende je hele leven jouw missie is”.

Met andere woorden, de ervaring die ik ga vertellen was pas het begin van het scheppen van een nieuw leven voor mezelf. Door deze weg in te slaan stort je jezelf in een vreugdevol avontuur dat nooit eindigt.

In 1973 werd ik verliefd op Eddie en hij op mij. Ik had gechant om de juiste man voor kosen rufu te vinden. Zonder het in het minst te verwachten, werd ik verliefd op Eddie die ik al 5 jaar kende. Het probleem was dat Eddie getrouwd was. Hij leefde gescheiden van zijn vrouw maar hij was nog steeds getrouwd. We kregen de raad om 3 maanden te chanten en dan zou Eddie het aan zijn vrouw Keiko moeten vertellen. Natuurlijk was ze woedend toen hij het haar vertelde. Tegen die tijd leefden Eddie en ik samen, alleen niet openlijk. Niettemin, Keiko wist het en ze was erg geschokt.

In die tijd leefde ik mijn leven gebaseerd op woede. Een aspect van deze woede was mijn neiging om mensen niet te respecteren en mijn eigen zin te willen krijgen. Maar gelukkig was ik totaal verwikkeld in boeddhistische activiteiten en wilde ik het liefst van alles kosen rufu verwezenlijken. Net rond die tijd kwam er een seniorenleider, meneer Izumi genaamd, uit Japan naar Engeland en ik herinner me dat Rickey Baynes de taak had om mij ervan te overtuigen om hem op te zoeken en raad te vragen over de situatie. Nou, meneer Izumi zei dat Eddie en ik uit elkaar moesten gaan en geen contact met elkaar moesten hebben totdat we ons karma konden veranderen.

Ik was erg overstuur omdat ik nog steeds probeerde om alles zelf onder controle te hebben en dat kon ik zo niet. Ik herinner me dat Gicho Yamazaki tussen mij en meneer Izumi in een taxi zat en dat Gicho mij uitlegde dat als Eddie en ik bij elkaar bleven wonen, Keiko het gevoel zou hebben dat ze geen zeggenschap had in wat er gaande was. Maar dat als we uit elkaar waren, Keiko zou voelen dat ze evenveel invloed had als wij.

We gingen dus uit elkaar en dat was heel moeilijk. Maar veel later hoorde ik dat zodra we uit elkaar gingen, Keiko ushitora gongyo ging doen over de hele toestand. Ze had nooit een sterke beoefening gehad maar dit had er voor gezorgd dat ze elke nacht zo’n moeilijke discipline als ushitora gongyo deed.

Ondertussen chantte ik om mijn karma te veranderen en op twee verschillende gelegenheden chantte ik tien uur op één dag. Op beide gelegenheden was ik van het begin tot het eind kwaad. Nog steeds zag ik niet dat deze woede mijn karma was. Maar op de tweede gelegenheid had ik, tegen het einde van de tien uur, er gewoon genoeg van om kwaad te zijn – met andere woorden, ik richtte mijn woede op mijn karma. Ik zei: “Ik wil deze woede niet meer hebben!” en ging door met chanten. En het werkte. Mijn woede verdween gewoon uit me.

Zo’n twee weken lang voelde ik me zo gelukkig. Mijn gewoonlijke kijk om iedereen te haten en te bekritiseren was gewoon verdwenen. Er was eenvoudigweg geen noodzaak om op die manier te reageren. Ik zag de wereld met andere ogen. Daarna kwam de woede langzamerhand terug, maar ik daagde het elke dag krachtig uit met mijn daimoku zodat ik mijn woede kon gaan zien en er van weg kon stappen en het niet mijn leven liet beheersen. Zodoende was ik niet meer in de greep van woede.

Raar genoeg ontdekte ik later dat juist het ene ding waar ik op kon rekenen dat het Eddie tegen me deed keren was als ik kwaad werd. Maar tegen de tijd dat ik dit ontdekte had ik geleerd hoe ik het elke keer kon veranderen – na een tijdje kwam het niet meer in me op om kwaad te worden, het beheerste me niet meer.

Vijf maanden nadat Eddie en ik uit elkaar waren gegaan, besloot Keiko dat ze wilde scheiden. Het was geen gemakkelijke beslissing voor haar, maar toen we negen maanden later gingen trouwen belde ze op om te vragen of ze op de bruiloft mocht komen. Ik ben van mening dat de sleutel tot deze ervaring is dat ik leerde wat respect is. Eddie en ik zouden gegarandeerd een oneerbiedige weg op zijn gegaan, waarin het voor hem vast stond om ongeacht wat dan ook te scheiden en voor ons om ongeacht wat dan ook te trouwen. Wat ons redde was ons immens verlangen voor kosen rufu. We waren bereid om raad te vragen en er naar te handelen.

Al die tijd dat ik een kwade jonge vrouw was, bestond binnen in mezelf mijn ware zelf met de kwaliteiten van compassie en respect. Als ik niet zo’n strikte raad had gehad en het had opgevolgd, als ik niet zoveel daimoku had gedaan, dan ik had misschien nooit beseft hoe ik gelukkig kon worden.

Ik denk niet dat we echt gelukkig kunnen worden zonder de diepliggende opvattingen die ons karma aan ons voorlegt, uit te dagen. Als ik niet mijn woede had uitgedaagd dan zou het haast zeker mijn huwelijk hebben verwoest. Maar ook zou ik in de eerste plaats waarschijnlijk niet zijn getrouwd als ik niet had geleerd om Keiko te respecteren. En ook om te laten zien hoe we, afgezien van hoe diep ons karma ook zit ingeroest, een nieuwe leven voor onszelf kunnen creëren. Ik wilde deze ervaring vertellen om te laten zien hoe echt ons karma is aan de ene kant en hoe echt ons ware zelf is aan de andere kant.

Het is niet altijd makkelijk om ons karma te zien omdat we ons hele leven met zulke opvattingen en vooroordelen hebben geleefd. Maar als we zowel voor onszelf als anderen beoefenen en kosen rufu centraal in ons leven stellen, dan zullen we wellicht in een situatie belanden die, omdat het zo belangrijk voor ons is, er om vraagt dat we ons karma veranderen. En we zullen ondervinden dat we daartoe in staat zijn.

Nu wil ik nogmaals benadrukken dat het onze gewijde plicht en missie is om ons leven te vervullen. Echter, iets houdt ons tegen. Ik geloof dat dit een diepliggend gebrek aan zelfrespect is, een diep wantrouwen van onszelf, misschien dat we onszelf wegcijferen. Dit moet stoppen.

Wat heeft het voor zin om van Nichiren Daishonin en Sensei te leren dat we allemaal het potentieel voor Boeddhaschap hebben, als we het niet uitzoeken? Binnen ons leven is er zowel goed als kwaad. Het kwade vertelt ons: “Je kunt het niet”. “Je gaat het niet doen”. “Je bent niet goed”. We gaan ons thuis voelen met deze manier van denken voor de gohonzon. Onze grote vijand is onze lethargie, onze bereidheid om met minder genoegen te nemen; we nemen met veel minder genoegen dan waar we toe in staat zijn.

Ik denk dat ik namens iedereen spreek als ik zeg dat onze aanwezigheid op deze cursus; 150 vrouwenleiders samen in Trets in het 1ste jaar van de nieuwe eeuw, dat dit een belangrijke gebeurtenis is voor de Engelse vrouwendivisie. Dat is geen toeval. We zijn er klaar voor om een belangrijke rol te spelen in de vestiging van de leerstellingen van Nichiren Daishonin als de beslissende kracht ten goede van deze planeet en ten goede van dit land en onze eigen buurt en SGI-UK en onze eigen families en vrienden.

We zijn er klaar voor om meer te worden dan de beperkingen die we onszelf opleggen – beperkingen die ons wurgen en ons zo enorm tegenhouden.

Maar hoe kunnen we onze beperkingen voorbij gaan? Ik denk dat we bewust onze Boeddhaschap moeten opzoeken. Ik weet dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, maar tussen de vele raadgevingen die Sensei ons heeft gegeven zit deze die volgens mij heel goed werkt. Hij vraagt ons om onszelf een reeks vragen te stellen tijdens het chanten. De eerste is: “Wie ben ik?” Daarna, zegt hij: “Wat is mijn missie in mijn leven?” “Hoeveel kan ik mijn levensconditie ontwikkelen?” “Welke waarde en bijdrage kan ik aan de maatschappij leveren?”

Deze vragen tonen aan dat Sensei van ons verwacht en ons aanmoedigt om veel actiever te worden met betrekking tot ons leven. Dit betekent dat we meer over onszelf zullen moeten nadenken. We moeten onze focus richten op ons eigen leven in plaats van altijd naar buiten, naar anderen te kijken.

Maar laat ik duidelijk zijn. Zoals ik eerder zei, deze focus op jezelf moet niet met uitsluiting van beoefening voor anderen zijn. Waarom zien we vaak de dingen als ‘één van de twee’, of als ‘of, of’? “Ofwel concentreer ik me op mezelf, of op de leden”. Zo zit het niet. Die keuze vraag ik je niet om te maken. Ik wil dat we onszelf voortdurend op beiden concentreren. We kunnen niet bereiken wat we willen bereiken – onze eigen menselijke revolutie en kosen rufu – als we ons alleen op onszelf concentreren of alleen op anderen. Dat gezegd hebbende, ben ik van mening dat het nu op deze cursus heel belangrijk is, om te erkennen dat we meestal niet de tijd nemen om binnen onszelf te kijken. We leven gewoon.

Toen ik kanker had, besefte ik dat ik mijn lichaam gewoon voor lief had genomen. Ik had me bezig gehouden met mijn Boeddhaschap, mijn innerlijke wereld; maar ik had verwacht dat mijn lichaam er gewoon mee overweg kon, zonder enige ophef en weinig of geen aandacht. Nou, dat heb ik nu veranderd. Maar ik weet dat voor velen van jullie het tegendeel waar is. Je besteedt uren aan fitness of joggen of wandelen en dat is dan voor je lichaam zorgen, voor je gezondheid. Maar dat andere stuk, het innerlijke deel, dat onze Boeddhaschap is, wordt verwaarloost. Eigenlijk is het gewoon dat wanneer je chant het gewoon niet goed voelt om zoveel tijd te besteden aan je spirituele kant.

Maar ik verzoek jullie om te stoppen met je spirituele ontwikkeling voor lief te nemen. Stop met te denken dat wanneer de tijd daar is en je genoeg daimoku hebt gedaan, dat dan jouw Boeddhaschap zomaar verschijnt – als in een droom.

Hier is een andere belangrijke kwestie. Het hoort allemaal bij onze zoektocht naar geluk. Hoe we over onszelf voelen. Dit is in feite een hele serieuze zaak. Omdat hoe we over onszelf voelen ons leven bepaalt.

Voor iemand die ongelukkig is lijkt het dat ze weinig of geen controle had over juist dat ene bedrieglijke ding – hoe ze over zichzelf of over het leven voelt. Maar dat is het ‘em nou net. We kunnen net zoveel invloed hebben op ons spirituele welzijn als dat we op het welzijn van ons lichaam hebben.

Het is een beetje moeilijk om te praten over spiritueel welzijn omdat de meeste van ons niet weten waar deze woorden betrekking op hebben. Maar in deze lezing gebruik ik de term ‘spiritueel’ in de betekenis van elk aspect van ons leven dat niet fysiek is. Dus het duidt op onze hoop, onze moed, onze liefde, ons besluit en onze compassie – deze lijst gaat maar door. Maar je ziet wat ik bedoel. Voor de mensen die denken: “Ik heb geen enkele hoop of moed of geen liefde voor het leven enz.”, zou ik willen zeggen dat alleen op dit moment deze menselijke kwaliteiten niet zichtbaar zijn. En zonder deze kwaliteiten is het moeilijk om naar iets meer in je leven te zoeken.

Maar dit is waarom onze regelmatige beoefening zo belangrijk is en waarom het zo belangrijk is om naar meetings te gaan en er aan te werken om belangstelling voor anderen te hebben. Want deze activiteiten en die daimoku zijn druk aan het werk in ons leven om ons glimpen te laten zien van hoe goed het leven voor ons kan zijn.

Dan zouden we die glimpen beet moeten pakken. Bijvoorbeeld, als we een immens verschrikkelijk lijden hebben ondergaan dat ons leven gewoon in ellende heeft ondergedompeld en als we dan in staat om er misschien op een meeting bovenuit te krabbelen, of na een huisbezoek en we voelen ons weer goed, dan zouden we dat sprankje geluk niet zomaar snel voorbij moeten laten gaan. Liever zouden we vanwege dat sprankje moeten weten dat we het kunnen en het vermogen hebben om altijd boven ons lijden uit te stijgen. We kunnen ons leven zo veranderen dat we het leven en onszelf op de meest positieve manier zien.

Dit vermogen om onszelf op een positieve manier te zien zorgt ervoor dat we onze Boeddhaschap kunnen zien en waarderen. Anders schermen we onszelf misschien gewoon af van onze boeddhanatuur en zou er wellicht een bulldozer en een machine die stenen vergruist aan te pas moeten om zelfs maar een blik naar binnen te kunnen krijgen. Dat die boeddhanatuur zelfs maar kan zeggen: “Hallo… hier ben ik!”

Heb je het artikel van Sensei gelezen in het september nummer van de Art of Living over pessimisme en optimisme? Hij zegt daarin: “De geest is een verwonderlijk iets. Zoals Milton schreef (in Het verloren paradijs): ‘De geest heeft zijn eigen plek en op zichzelf kan het van de hel een hemel maken en van de hemel een hel’. De kwaliteit van ons leven hangt uiteindelijk af van onze levensstaat (onze geestestoestand). Het Boeddhisme zet dit vanuit verschillende perspectieven uiteen gebaseerd op het begrip van ‘De mystieke werkingen van de geest’. Het Boeddhisme is een psychologie van hoop en hoop is mijn favoriete woord” (AoL, sep 2001, p.19)

In dit artikel haalt sensei zijn ontmoeting met Dr. Martin Seligman op en toen hij deze woorden tegen Dr. Seligman zei, antwoordde Dr. Seligman als volgt:
“Optimisme is hoop. Het is niet de afwezigheid van lijden. Het is niet dat je altijd gelukkig en vervuld bent. Het is de overtuiging dat, ook al kan men falen of ergens, of op een bepaald moment een pijnlijke ervaring hebben, men kan actie nemen om dingen te veranderen”. (Seligman, AoL, sep 2001, p.19)

Ik denk dat dit een heel belangrijk citaat voor ons is omdat het zegt dat, wat veel belangrijker en veel realistischer is dan altijd gelukkig en vervuld te willen zijn, is dat we de overtuiging kunnen ontwikkelen dat we actie kunnen nemen om dingen te veranderen – de overtuiging dat wat er ook gebeurt, we altijd dingen kunnen veranderen.

Als we niet geloven dat ons leven iets betekent, dat ons leven telt, dan kunnen we waarschijnlijk niet geloven dat we kunnen veranderen. Een persoon die niet in zichzelf gelooft, kan zich niet eens voorstellen het geloof te hebben dat ze elke situatie kan veranderen. Dit moet wel leiden tot een soort van smekend geloof – “Alsjeblieft gohonzon verander de situatie, alsjeblieft zorg ervoor dat hij van me houdt, alsjeblieft laat ze mij die baan geven”. Maar we moeten inmiddels toch wel weten dat het hebben van een dergelijk smekend geloof ons niet veel resultaten oplevert. We moeten echt een manier vinden om in onszelf te geloven, want wij zijn het zelf die de veranderingen teweegbrengen die we willen.

Ik ben er heel sterk voor dat we kijken naar wat we tegen onszelf zeggen als we chanten. Want tijdens het chanten raken oude gewoontes nog dieper ingeroest – zoals: “Ik vind mezelf niet leuk”, “ik ben niet goed”, maar ook kunnen we zeker tijdens het chanten juist nieuwe manieren van denken instellen: “Ik geloof in mezelf”, “Ik heb vertrouwen”. Deze manieren van denken zijn net zo geldig en het is mogelijk om naar zo’n positieve kijk te veranderen als we chanten. Zelfs al voel je jezelf een oplichter wanneer je zegt: “Ik geloof in mezelf”, dan wordt dit een waarheid voor je als je het doet terwijl je chant. Als je het elke dag doet terwijl je chant, wordt wat je ook maar over jezelf zegt jouw leven.

Door de jaren heen heb ik met diverse vrouwen gesproken die ieder hetzelfde probleem hadden. Ieder van hun had echt ontzettende worstelingen gehad binnen hun huwelijk, met hun moeders, met hun carrière en over het algemeen hadden ze gezegevierd op manieren die je bijna niet voor mogelijk had gehouden toen ze ermee begonnen. Maar het lastige voor ieder van hen was dat ze zich als een bedriegster voelde over alles wat ze werkelijk hadden bereikt. Deze uiterlijke prestaties leken door iemand anders te zijn verricht, niet door henzelf. Het kwam altijd op één en hetzelfde ding neer. Ze hadden hun opvatting over zichzelf niet veranderd. Ieder van hen voelde vanbinnen dat ze echt een vreselijk mens waren.

Dit binnenste is de sleutel nietwaar? Daar moet het werk worden gedaan. Hoe we over onszelf voelen moeten we veranderen. We kunnen er niet op gaan zitten wachten dat een verandering gewoon gebeurt. We kunnen er niet op wachten tot er nog meer erkenning van ons succes onze kant opkomt. De successen veranderen niets als we onszelf haten.

Ik heb het gevoel dat als we werkelijk onze plaats als Bodhisattva’s van de aarde willen innemen en het ware Boeddhisme door het gehele land willen vestigen, we dan echt een ‘grote schoonmaak’ moeten houden. Ons leven moet op volle toeren draaien. We moeten in staat zijn om de grootste bron die we bezitten te gebruiken. Het is tijd om te stoppen met te denken dat we het wel redden met de zes lagere werelden.

Ons karma houdt ieder van ons binnen één van deze werelden vast – is het hel, of honger of dierlijkheid of woede? Of verwarren we misschien menselijkheid (rust) en verrukking met Boeddhaschap? Het is een gevecht om te beslissen dat hetgeen je wilt Boeddhaschap is en het is een nog langer gevecht om aan dat besluit vast te houden. Misschien is het voor velen van ons de eerste keer dat we onszelf deze taak opleggen. Waarom niet deze reis gaan maken met de beslissing om je karma te veranderen? Tenslotte is het juist dat karma waar je steunt op de staat van woede, of honger, of wat dan ook, wat je afhoudt om jezelf op je Boeddhastaat te richten en daarop te steunen. Om er echt op te vertrouwen. Vertrouwen te hebben in Boeddhaschap.

Er zijn vele, vele manieren waarop je deze ontdekkingstocht naar jouw Boeddhaschap kunt benaderen. En ik weet dat de meeste van ons dat hebben geprobeerd, soms op een zeer toegewijde manier voor een bepaalde periode. Maar misschien kun je erkennen dat je de neiging hebt om na een tijdje op te geven als er niks lijkt te gebeuren. Je denkt misschien: “Nou ja, ik heb het geprobeerd”. En dan ga je verder met een ander belang en vergeet voor jezelf te chanten.

Waarom doen we dit? Waarom streven we onze Boeddhaschap niet na als het meest belangrijke iets wat we ooit met ons leven zouden kunnen doen? Ik denk dat dit komt omdat we ons leven niet echt hoogachten. We denken dat we het niet waard zijn. Of misschien voelen we dat we niet zullen slagen en willen we het niet uittesten en ontdekken dat het niet werkt, want dan hebben we geen geloof meer over. Terwijl nu ons geloof soms wankel kan zijn, maar het is ER.

Nou dat is gewoon niet goed genoeg. Ik dring er op aan om moedig genoeg te zijn om ons eigen leven centraal in onze beoefening te stellen. Ik bedoel hier zeker niet mee dat we egocentrisch moeten worden en alleen op een egoïstische manier aan onszelf denken. Chanten en nadenken over onze boeddhanatuur is verre van een zelfzuchtige bezigheid. Ik denk dat dit citaat van president Ikeda ons vertelt hoe we onze Boeddhaschap kunnen nastreven:
“Eenvoudig gezegd, ‘je geest richten op verlichting’ betekent ‘geloof’ in het Boeddhisme. Met andere woorden, het betekent jouw vastberaden besluit om verlichting te bereiken door jezelf tot een voortreffelijk menselijk wezen te smeden en terwijl je dit uitdaagt je voortdurend met een zoekende geest de volgende essentiële vragen stelt:

Wie ben ik?
Wat is mijn missie?
Wat is mijn leven dat tot in de eeuwigheid duurt?
Hoeveel kan ik mijn levensconditie ontwikkelen?
Welke waarde en bijdrage kan ik aan de maatschappij leveren?”

Ik heb dit uitgeprobeerd en mezelf deze vragen gesteld. Ze moedigen beslist geen egocentrisme aan. Ben je het er mee eens dat als je deze vragen diep vanbinnen overweegt, dit er toe leidt dat we ons leven anders gaan zien? Als we ons leven echt op deze manier onderzoeken, in plaats van misschien te lijden onder een diep gevoel van verlies, of berusting, of misschien onszelf of ons leven haten, of heel kwaad worden op onze collega bijvoorbeeld, we kunnen gaan zien dat we zo dierbaar zijn, zo waardevol voor het universum. We hebben zoveel te geven en we hebben eeuwige levens geleid, die zich nu op dit moment en op deze plek manifesteren om onze grote bijdrage aan kosen rufu te leveren. Dit is helemaal niet zelfzuchtig.

Dan gaat Sensei in hetzelfde citaat verder: “Naar alle waarschijnlijkheid gingen nieuwe leden in de gohonzon geloven in de hoop dat het hun lijden zou verzachten en hun dromen zou vervullen, maar als je de Gosho van Nichiren Daishonin zorgvuldig leest, dan zul je beseffen dat ze hun geest nog niet hebben gericht op verlichting in de ware en volledige zin van het woord. Desalniettemin zijn ze nog steeds zonder twijfel dat ze grote voorspoed en voordelen zullen krijgen dankzij de grenzeloze weldadige kracht van de gohonzon.”

“Maar als je wilt baden in de ware, onmetelijke voorspoed van de gohonzon, dan is het essentieel dat je jouw geest op verlichting richt, om vastberaden op te staan voor de oorzaak van kosen rufu als volgelingen van de Daishonin en om je missie als Bodhisattva van de Aarde uit te voeren”. (Boeddhisme in actie, Vol. 1 p. 296)

‘Als als je wilt baden in de ware, onmetelijke voorspoed van de gohonzon, dan is het essentieel dat je jouw geest op verlichting richt’. Hoe kunnen wij, als vrouwenverantwoordelijken van SGI-UK, met minder genoegen nemen dan onmetelijke voorspoed? Natuurlijk moeten we dan de vragen die Sensei stelt proberen te beantwoorden.

Bijvoorbeeld, ‘Wat is mijn missie in dit leven?’ Ieder van ons heeft een individuele missie die vele levens lang in ons hart lag besloten. Ik praat hier zo verder over, maar in het algemeen zou je kunnen zeggen dat elk leven bestemd is voor meer, zoveel meer dan we ons kunnen voorstellen. Het is onze missie die ons helpt ontdekken hoeveel meer ons leven toe in staat is.

‘Hoe kan ik mijn leven voor kosen rufu gebruiken?’ Om het antwoord op deze vraag te vinden – en het antwoord kan mettertijd veranderen – de missie te vinden die je wilt nastreven geeft jouw leven zo’n stimulans, zo’n kracht. De kracht die het ons geeft is de kracht om moeilijkheden en obstakels te overwinnen. Dit is zo’n belangrijk aspect van geluk – het vermogen om niet bang te zijn voor de toekomst, om niet het ergste te vrezen. Deze overwinning van angst is inherent aanwezig in de missie die we hebben. Als we kunnen inzien dat wij ons leven in eigen handen hebben omwille van de missie die we voor onszelf hebben gekozen, dan kunnen we het belang van wat we aan het doen zijn aanvoelen. Het dagelijks leven heeft zoveel meer betekenis en we gaan zoveel meer vertrouwen hebben. De missie waartoe jij besluit zou niet iets moeten zijn waarvan je kunt voorstellen dat het makkelijk te bereiken is. Het moet groot genoeg zijn om je leven wakker te schudden. Het moet iets zijn dat je betrokken doet raken, dat zorgt dat jouw daimoku gefocust is.

We hoeven niet, we kunnen zelfs niet, voortdurend en alleen aan onze missie denken. Maar als het eenmaal in je leven is en je er een verbintenis mee hebt gemaakt, moet je jezelf er elke dag aan herinneren en de gelofte hernieuwen dat je ervoor zorgt dat je jouw missie vervult. Mensen denken vaak dat missie te maken heeft met het werk dat we doen, met de carrière die we hebben. Maar werk en carrière zijn er slechts een deel van. ‘Wat wil ik met mijn leven doen?’ Dit is wat missie is. Het doelt op een ruime richting. En het duidt op een richting die moet inhouden; die gebaseerd moet zijn op: “Wat wil ik voor kosen rufu doen?” Als we deze missie eenmaal helder in het vizier hebben, worden andere beslissingen ook duidelijk.

Ik wil met klem voorstellen dat we, voordat we uit Trets weggaan, we onze eigen missie voor kosen rufu ontdekken. Maak je niet druk dat je er nog steeds voor chant en je afvraagt wat dat is nadat je uit Trets weg bent. Je zult het vinden. De missie waarmee je jouw leven kunt inzetten. Sensei maakt duidelijk dat:
“Alleen wanneer je jouw individuele missie naleeft om jezelf toe te wijden aan de beoefening van het chanten van Nam-myoho-renge-kyo, terwijl je anderen aanmoedigt om hetzelfde te doen, zal jouw ‘zelf’ vervuld zijn van de Mystieke Wet die samensmelt met het domein van Boeddhaschap in het Universum dat de 3 bestaansvormen van verleden, heden en toekomst doordringt. In deze staat zul je absolute bescherming en volledige vrijheid genieten”. (SGI Hongkong Algemene Bijeenkomst, 30 jan 1998)

Missie kan beslist van enorm belang zijn in ons leven. Een andere keer beantwoordde Sensei een vraag van een Zwitsers lid met te zeggen:
“Wanneer een persoon echt tot zijn missie is ontwaakt, kan hij 100 keer meer bereiken in alles wat hij doet. In dit opzicht is moed de meest belangrijke kwaliteit om te ontwikkelen”.

We kunnen honderd keer meer bereiken in alles wat we doen. Wat prachtig. Maar waarom moed? Het vergt moed om binnenin ons leven te kijken om onze missie te vinden en ons ware zelf te vinden, het zelf van onze Boeddhaschap. Het is niet zo makkelijk om een nieuw leven voor onszelf creëren. We verbinden ons niet moeiteloos met de missie waar we in geloven.

In alle levens die we hebben geleefd hebben we nooit tevoren geleefd ten tijde van de wereldwijde verspreiding van het ware Boeddhisme. Dus hier zijn we dan in dit leven om gehoor te geven aan Sensei en om met deze levensspanne te kiezen welke doelen en wensen ons leven zullen bepalen. Om die reden kunnen we het ons niet veroorloven onszelf in de steek te laten. Daarom zijn al de kwesties die ik vandaag heb aangestipt zo belangrijk:

Creëer een nieuw leven voor jezelf
Stop ermee jezelf uit te putten
Vind je missie en zet jezelf er voor in
Laat je ware zelf jou tonen hoe je verdriet, wanhoop en gelatenheid te boven komt.

Soms vinden we het heel moeilijk te chanten om onze Boeddhaschap te ontdekken. Boeddhaschap kan zo ondefinieerbaar zijn. Maar ik heb van verscheidene vrouwen gehoord hoe zij in plaats daarvan chantten om Sensei te steunen, of om hetzelfde hart als Sensei te hebben. Dit zorgt ervoor dat ze in zichzelf geloven en dit helpt hen om in hun Boeddhaschap te geloven. Als het woord Boeddhaschap te vaag klinkt, of misschien te idealistisch, probeer dan te chanten om de geest van Sensei te hebben: om een echte volgeling van Sensei te zijn.

Laten we ons voor een ogenblik concentreren op de relatie van meester en leerling, de eenheid van meester en leerling. Deze relatie is de onbetwistbare sleutelfactor van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin. Zonder die relatie zouden we zeker niet hier in Trets zijn nu en we zouden ook geen gohonzon of organisatie hebben. Echter, er is zoveel meer dat we niet zouden hebben. Dit gaat over ons hart en dit is wat Sensei ons leert. Hoewel we met intens enthousiasme kunnen reageren in het vooruitzicht op een ontmoeting met Sensei, moeten we ons verlangen intomen om hem als een beroemdheid, een popster of filmster, te behandelen.

Sensei is een van de meest beroemde mensen in de wereld maar dat is niet omdat hij roem heeft nagejaagd. Hij heeft het gewoonweg tot zijn missie gemaakt om de leerstellingen van Nichiren Daishonin in de gehele wereld te vestigen. Onze respons naar hem, of we hem al dan niet ooit ontmoeten, zou iets dieper moeten gaan dan de beroemdheid factor. Onze respons moet onze menselijke revolutie zijn, ons eigen volgelingschap: waarbij we de leer die hij propageert begrijpen en deze diep in ons leven etsen. We moeten deze leer ons eigen maken. Ons leven moet veranderen om dat te kunnen doen. Sensei zegt hierover:

“Als een pad eenmaal is geopend, kunnen degenen die volgen met evenwichtigheid en gemak reizen. Nichiren Daishonin, de Boeddha van de Latere Dag die de deugden van vorst, meester en ouder bezit, opende een pad naar verlichting voor alle mensen. Hiervoor zijn we hem onze eeuwige dank schuldig. Het is de missie van de volgeling om het pad dat de meester minzaam heeft geopend uit te breiden en te ontwikkelen” (Faith into Action, p. 231)

Onze missie – de algemene die we allemaal hebben – is om ‘het pad dat de meester zo minzaam heeft geopend uit te breiden en te ontwikkelen’. Dan ontdekken we binnen deze grootse missie onze eigen individuele missie. We moeten uitzoeken wat we kunnen doen, want zonder deze individuele betrokkenheid, blijft de grootse missie alleen maar theorie en hebben we er geen voordeel bij. De rol van de meester is om het pad te openen. Onze rol is om het pad te verspreiden en te ontplooien. Ik wil graag dat we het volgende citaat lezen, wat uitlegt hoe president Toda toen hij in de gevangenis zat, ontwaakte tot zijn eigen missie en wat verklaart hoe belangrijk zijn missie, 57 jaar later, voor ons allemaal is. In zekere zin hoop ik dat we, door het belang te begrijpen van wat meneer Toda heeft bereikt, de grootse uitwerking kunnen bevatten die we kunnen hebben als we onze missie gaan leven. Dit is uit de Conversaties over de Lotus Soetra, No. 2:

“President Ikeda: Eenvoudigweg was de verlichting van meneer Toda het keerpunt, het moment waarop de Soka Gakkai geopenbaard werd als de ware erfgenaam van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin. Dat was de start van alle verspreidingsactiviteiten en onze hedendaagse beweging en ik geloof sterk dat meneer Toda het Boeddhisme heeft doen opleven. Het was een moment van grote betekenis in de annalen van het hedendaagse Boeddhisme en heeft het voor iedereen toegankelijk gemaakt.

“Toen ik jonger was, vertelde meneer Toda mij over zijn diepgaande ervaring in de gevangenis. Zijn woorden overtuigden me dat zijn realisatie het religieuze en filosofische hart was van de Soka Gakkai. De waarheid waarover meneer Toda verlichting bereikte is identiek aan de ultieme leer van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin. Ik geloof dat de realisatie van meneer Toda een weg opende uit de impasse waar de mensheid mee werd geconfronteerd. Als zijn volgelingen is het onze missie om die weg in alle richtingen en op alle vlakken uit te breiden.” (Conversaties over de Lotus Soetra No. 2 p.2)

“Toen meneer Toda gevangen zat bestond er geen boeddhistische gezindte die de grootse leer van Shakyamuni en Nichiren Daishonin propageerde: dat elk leven Boeddhaschap bezit en de manier om deze waarheid te beseffen. Toen meneer Toda zichzelf uitdaagde om een bepaalde passage van de Lotus Soetra te begrijpen wist hij dat de passage verwees naar Boeddhaschap, maar meneer Toda wilde weten wat Boeddhaschap was. Na heel veel dagen chanten en hierover nadenken, en hij zichzelf uitdaagde om niet op iets anders over te gaan totdat hij het begreep, besefte hij plotseling dat ‘de Boeddha het leven zelf is’.” (Conversaties over de Lotus Soetra No. 2 p.2)

Sensei zegt over deze realisatie: “Dat was het moment dat het Boeddhisme in de 20ste eeuw weer tot leven werd gebracht”. Het is ongelooflijk wat meneer Toda deed. Zoals Sensei zegt, hij “maakte dat het Boeddhisme in de hedendaagse tijd opleefde en heeft het toegankelijk gemaakt voor iedereen.” En “hij opende een weg uit de impasse waar de mensheid mee werd geconfronteerd.”

Het is aan ons om dit pad te volgen. Onze grote meester is president Ikeda en hij is ons voorgegaan om de betekenis van Nichiren Daishonin en meneer Toda te laten zien. Naarmate we hen volgen en dankbaar jegens hen zijn en naargelang we onszelf ontwikkelen en onszelf inzetten op onze eigen manier om het pad van kosen rufu uit te breiden, zal ons leven enorm opleven. Voordat we de belofte maken om kosen rufu centraal in ons leven te stellen, voelt het misschien als een onmogelijkheid om je leven op zo’n manier te verbinden. Maar ik garandeer je dat als je een leven leidt waarin je jouw eigen menselijke revolutie en kosen rufu helemaal centraal stelt – dat het leiden van zo’n leven je alles zal geven wat je nodig hebt voor jouw onbegrensde geluk.
Laten we het volgende citaat van Sensei lezen, want hij drukt deze dingen altijd zo goed uit:

“Het is onze taak om een standvastige innerlijke wereld te vestigen, een krachtig zelf dat niet beïnvloed of verontrust wordt door de meest moeilijke omstandigheden of aandringende tegenslag. Alleen wanneer inspanningen om de maatschappij te hervormen als uitgangspunt de hervorming van het innerlijke leven – menselijke revolutie – hebben, zullen ze ons zeker naar een wereld van duurzame vrede en ware menselijke veiligheid leiden. Het is mijn vaste overtuiging dat een fundamentele revolutie in het leven van een enkel individu het soort van bewustzijn en solidariteit kan opwekken dat de mensheid zal bevrijden van de duizenden jaren durende periodes van oorlog en geweld”
(Sensei – East-West Centre, Hawaii 26 jan, 1995)

Dit vind ik spreken over onze missie. Sensei begint met te zeggen hoe belangrijk het is om een ‘standvastige innerlijke wereld’ te vestigen en hij zegt dat alleen wanneer onze inspanningen om de maatschappij te hervormen als uitgangspunt ‘de hervorming van het innerlijke leven’ ofwel menselijke revolutie hebben – kunnen we verwachten dat het ‘duurzame vrede en ware menselijke veiligheid’ teweeg zal brengen. Vervolgens, in het geval dat we niet zo groot denken – de hervorming van de maatschappij – zegt hij dat een fundamentele revolutie in een enkel individu het soort van bewustzijn en solidariteit kan opwekken dat de mensheid zal bevrijden van de duizenden jaren durende periodes van oorlog en geweld.Het individu kan immens belangrijk zijn vanwege de verandering die zij tot stand brengt in haar hart, in haar innerlijke wereld.

Een andere kwestie die ik wil aanstippen betreft deze 21ste eeuw. Sensei heeft het de eeuw van de vrouw genoemd. We kunnen ons nu niet voorstellen hoe geheel anders deze eeuw in 2090 zal zijn. Laatst zag ik een documentaire over koningin Victoria die in 1901, aan het begin van de vorige eeuw, mensen liet zien hoe je omging met kleding uit het Victoriaanse tijdperk als ze met paard en wagen rondreisden. Wat hebben er grote veranderingen plaatsgevonden in de 20ste eeuw! Niet allemaal goed natuurlijk. Maar zoveel is ten goede veranderd, niet in het minst de verandering in de vrouwenrechten. Zonder deze verandering zou Sensei zich nooit kunnen hebben voorstellen dat dit de eeuw van de vrouw zou worden.
Maar hier is ie dan, onze grote verantwoordelijkheid. We moeten opstaan in onze beoefening, in onze overtuiging en een groot deel voor onze rekening nemen om de ontwikkelingen in deze 21ste eeuw te leiden. Ook denk ik dat velen van ons de noodzaak inzien om onze menselijke revolutie oprecht ter hand te nemen en betrokken te raken in onze rol voor kosen rufu voordat Sensei sterft. Wij willen volgelingen zijn die alleen kunnen staan en al het goede werk en de goede voornemens die we maakten ten tijde van Sensei, voortzetten. We hebben de voorspoed dat we tegelijkertijd met Sensei leven. We moeten ons geloof en onze overtuiging polijsten zodat we anderen krachtig met hem kunnen verbinden na zijn dood. Een deel van de beoefening van kosen rufu houdt in dat we de geest van Sensei stevig binnen onszelf vestigen, zodat we dit aan anderen kunnen doorgeven.

Dit is de sleutel tot alles, om een volgeling te worden die haar hart en overtuigingen zo diepgaand verandert, dat ze alleen kan staan en kan doorgaan met het vestigen van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin gedurende haar hele leven.

In alles wat ik heb gezegd over het creëren van een nieuw leven, of het vinden van je ware zelf, ben ik van mening dat de grondslag ervan is dat we leren om onze horizon te verbreden. Dat lijkt misschien alsof ik zeg, kijk naar buiten, maar wat ik echt bedoel is, ontwikkel hetgeen je met je leven wilt doen, breidt wat je van jezelf verwacht uit.

Het hele universum zit absoluut vol voorspoed. Deze voorspoed is oneindig. Maar we moeten ons leven groter maken om deze voorspoed toe te laten in ons eigen leven. Het Boeddhisme gaat over het hart, over het groter maken van ons hart zodat we om anderen kunnen geven en compassie kunnen hebben voor anderen en onszelf. Ondoordacht proberen we zo vaak alleen voor anderen te zorgen zonder onze eigen capaciteit te ontwikkelen. Leiders en leden raken hierdoor vaak uitgeput. We raken er zo aan gewend om te doen alsof het ons interesseert, dat we niet beseffen dat het Boeddhisme ons een manier aanbiedt om ons leven zo te veranderen dat we er echt om geven. Dit lijkt misschien moeilijk om te doen, maar waarschijnlijk vergt het niet meer inspanning dan de moeite die we nu verspillen aan te doen alsof.

Vergroot je hart, breek het open en laat je hart een verbintenis maken met het hart van Sensei. Zijn hart is groot genoeg om de hele wereld en alles erin te omvatten. Als je jouw hart met zijn hart verenigt en dat elke dag sterk houdt, dan zul je de immense rijkdom van jouw leven gewaar worden.

Toen ik er over nadacht hoe ik de manier waarop wij neigen ons leven te ontkennen kon uitdrukken, besefte ik hoe wij geneigd zijn om dit in de taal die we spreken uit te drukken. Toen ik in 1960 voor het eerst naar Engeland kwam, had ik de gewoonte om te zeggen: “Graag gedaan”, als iemand mij bedankte. Maar ik ontdekte dat Engelse mensen dit niet zeggen. Wat de Engelsen zeggen is; “Geen dank”, of “Het maakt niets uit”.

Er is nogal een verschil in deze uitdrukkingen. De Amerikanen erkennen dat ze iets hebben gedaan om te helpen als ze worden bedankt; maar de Engelse persoon ontkent in haar reactie als het ware dat ze iets heeft gedaan, misschien ontkent ze zelfs zichzelf; “Het maakt niets uit” wordt “Ik heb niks gedaan”, “Ik ben niet belangrijk”, “Bedank me liever niet”.

Ik suggereer niet dat we allemaal continu zeggen: “Graag gedaan” als het zo duidelijk uit de toon valt of on-Engels is. Maar wat ik wil dat we doen is te kijken naar de persoon die het geven heeft gedaan – JIJ, en om anders over jezelf te gaan denken. Geef jezelf eer waar het je toekomt, of een schouderklopje, of een glas wijn aan het eind van de dag.

Wij, de vrouwendivisie, brengen geweldige dingen tot stand. Jullie zitten bij de meest liefhebbende en oprechte mensen in de wereld. Jullie zijn echt oprechte vrouwen met geestkracht en veerkracht en een geboren hartstocht voor rechtvaardigheid. Neem dat alsjeblieft ter harte. Open de poort naar je hart. Ik sluit af met een citaat van Sensei. Allereerst citeert hij de gosho:

“Als je Nam-myoho-renge-kyo chant ga je het paleis van je eigen leven binnen”. (Gosho Zenshu, 787)

Dan zegt hij:
“Iedereen heeft van binnen een onmetelijk en onovertroffen paleis – een persoonlijke ‘galerij van beroemdheden’ die schittert met de oneindige schat van het universum. Als we de deur naar dat paleis openen, waar we ook mogen zijn – precies daar – kunnen we geluk vinden. Dus er valt niets te vrezen en er is geen reden om anderen om iets te benijden”.
(Sensei, Bulletin 16-4-99, p.6)

index

This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.