|
|
Over Verslaving
Compilatie van artikelen door Win Hunter & Louise Ellis;
UKE februari 1998 & SGI-USA site
Vertaling: Karen de Groot
Gewoontes; we hebben ze allemaal. Van sommige houden we, sommige haten we –
of ze nu onze eigen gewoontes zijn, of die van een ander. Het kan heel moeilijk
zijn om te breken met een diep verankerde gewoonte. Gewoontes kunnen krachtig
omschrijven hoe we onszelf doen voorkomen. De term wordt ook door druggebruikers
gebezigd: ‘Ik heb een heftige gewoonte’ wat verwijst naar de hoeveelheid
drugs die je consumeert. Het is een gepaste uitdrukking want in wezen is dat
wat een verslaving is: een diepgewortelde gewoonte, of het nu drugs, alcohol
of een bepaald soort gedrag is.
Er zijn veel verschillende theorieën over de aard en de oorzaken van een
verslaving. Die variëren van de krasse kijk dat het een gebrek aan zelfcontrole
is, tot de opvatting dat het een genetisch scheikundig iets is waardoor mensen
de fysieke neiging hebben om kwetsbaar te zijn voor verslaving. Er bestaat de
endorfine-theorie welke er vanuit gaat dat nicotine, cocaïne, whisky enz.
het peil van endorfine in de hersenen verhoogt. Dit zijn onze ‘goedvoelende’
chemicaliën die verhoogt kunnen worden door een kus of een gelukzalige
gebeurtenis.
Een slaaf zijn van welk soort dwang dan ook, chemisch of gedragsmatig, is een
valstrik waaruit het moeilijk ontsnappen is. De enige uitweg is om de verslavende
gedragspatronen die leiden tot drugsgebruik of dwangmatige gedragskeuze aan
te pakken. De ware aard van gaki, ofwel Honger, komt naar boven wanneer een
persoon de bevrediging van onverzadigbare verlangens tot zijn enige doel in
het leven maakt en er door beheerst wordt, met alle rampzalige gevolgen van
dien. Het kan andere mensen het ongeluk in jagen en hun groei en voorspoed verhinderen.
(Dialogue on Life, Vol.1, p. 158)
Vele mensen stellen geluk gelijk aan succesvol zijn of het hebben van materieel
bezit, maar toch lijken deze zaken nooit tevreden te stellen. We kunnen een
korte periode van verrukking voelen wanneer de meest dringende behoefte bevredigd
is, maar helaas verdwijnt dit weer. Dan bevinden we ons weer aan het begin,
gevangen in de staat van verlangen en behoefte. Mensen die gedomineerd worden
door de staat van Honger, zullen onvermijdelijk onder stress gaan lijden, omdat
ze steeds middelen moeten vinden om gelijke tred te houden met hun verlangens.
Een persoon die hunkert naar alcohol of drugs kan misschien steeds schulden
hebben, of zelfs gaan stelen, om zijn behoeftes te kunnen bijbenen. De lust
van de staat van Honger is als een bodemloze put die nooit gevuld kan worden.
De drie paden
Een persoon die verslaafd is aan bepaalde substanties/stoffen, of een bepaalde
bezigheid, zit verstrikt in wat het Boeddhisme de Drie Paden van aardse verlangens,
karma (gewoonte neigingen) en lijden noemt. Deze paden leiden telkens weer naar
elkaar toe in een wederkerige en pijnlijke cyclus: misleidende verlangens zoals
hebzucht, woede en onwetendheid zetten een persoon aan tot het nemen van onverstandige
acties wat slecht karma creëert en zich openbaart in lijden. Op zijn beurt
verergert dit weer verlangen, wat leidt tot nog meer onverstandige acties en
nog meer lijden… Nou, je ziet het plaatje wel voor je.
‘Gewoon nee zeggen’ is vaak het standaard antwoord van de maatschappij
op het nemen van drugs. Echter, tot aan het moment dat een persoon in staat
is om de wortel van zijn probleem aan te pakken, zal er altijd een gevaar voor
terugval bestaan en zal de hel van het verslavende patroon er nog steeds zijn.
In het Boeddhisme staat centraal dat onze situatie is geschapen door ons eigen
karma, ons netwerk van voorbije gedachten, woorden en daden en door de gevolgen
ervan. Maar het meest belangrijke; karma kan veranderd worden.
Nichiren Daishonin zei:
‘… het hart van de Lotus Soetra is de leerstelling dat alle mensen
gelijkelijk de Boeddha natuur bezitten’(MW-4, p. 5). Dus, zelfs als we
gevangen zitten in de vicieuze cirkel van hel van de Drie Paden, zal het chanten
van Nam-myoho-renge-kyo dit veranderen in de drie verlichte eigenschappen van
de Boeddha:
de eigenschap van de Wet – de waarheid van de Boeddha (het ware wezen
van het leven);
de eigenschap van wijsheid – het vermogen om de waarheid te doorgronden;
de eigenschap van actie – de compassie om onszelf en anderen te bevrijden
van de boeien van illusie en lijden.
Nichiren Daishonin legde uit dat de manier om het lijden onder deze omstandigheid
te verlichten is, om de leemte binnen onszelf te vullen met het onverwoestbare
geluk van Boeddhaschap. In wezen zit in de staat van Honger een krachtig verlangen
om jezelf gelukkig te voelen. Ieder van ons volgt zijn eigen pad, volgens zijn
eigen karma, om dit geluk te vinden. Of het nu via drugs, seks, op vakantie
gaan, of macht op het werk zoeken is, het zijn allemaal verschillende gedaantes
van één verlangen: je goed over jezelf te voelen.
Het Boeddhisme leert dat het effect van deze methodes om geluk te vinden, tijdelijk
zijn – hun uitwerking verdwijnt op den duur. Waar geluk bestaat binnen
onszelf, het probleem is alleen dat wij het hebben geblokkeerd door jaren van
niet eigenlijk gebruik, of door onszelf en anderen pijn te doen omdat we bang
waren onze eigen pijn onder ogen te zien. Net als een spier in ons lichaam zwakker
wordt als we hem niet gebruiken. We geloven er niet langer in dat we vreugde
in onszelf kunnen vinden, dus we vertrouwen er meer en meer op dat we het buiten
onszelf zullen vinden.
Maar ware, duurzame vreugde, warmte en voldoening kan alleen worden gevonden
door ons bewust te worden van onze Boeddha-natuur, die ons de wijsheid verschaft
om de ware aard van onze verlangens te begrijpen en ze derhalve creatief te
kunnen gaan gebruiken. In plaats van onze omgeving uit te buiten om de vreugde
te vinden die we zo wanhopig nodig hebben, ontdekken we in onszelf immense dankbaarheid
voor wat we al hebben.
We hoeven niemand iets te verwijten, ons niet schuldig te voelen, of bang te
zijn, omdat we allemaal de Boeddha-natuur bezitten,en om die reden kunnen we
een betere relatie met onszelf en anderen aangaan.
1.2 De weg naar genezing
Voor mensen die opgesloten zitten in een verslavend patroon, lijkt het een onmogelijkheid
ooit een alternatief te kunnen hebben voor de drug of de bezigheid waar ze zo
afhankelijk van zijn geworden. Natuurlijk is het Boeddhisme net zo min een ‘geneesmiddel’
voor verslaving als voor een gebroken been, echter, net als dat het een wijze
daad zou zijn om naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan om het been in
gips te laten zetten, komt de goede handelswijze, om met verslavende patronen
om te gaan, voort uit de boeddhistische beoefening.
Het vergt bijvoorbeeld een hele hoop moed om de waarheid onder ogen te zien
en te zeggen ‘Ik ben verslaafd’, die eerste moeilijke stap naar
genezing. Je hebt veel compassie voor jezelf nodig om hulp te kunnen vragen
om uit die zelfdestructieve manier van leven te komen. Ook heb je veel wijsheid
nodig om de juiste behandeling te vinden, want er zijn heel veel theorieën
en methodes voorhanden.
Amateurs die het goed bedoelen, doen vaak meer kwaad dan goed – het is
eenvoudigweg dom om iemand met een verslaving te vertellen: ‘Chant ervoor,
dan gaat het wel “weg”.’ Daarmee stuur je ze in de richting
van een mislukking, zowel in hun strijd met verslaving als met hun inspanningen
om het Boeddhisme te beoefenen.
In duisternis gehuld
Verslaafden die aan het herstellen zijn, praten vaak over het verlammende gebrek
aan eigenwaarde wat ze hebben ervaren en de nutteloosheid die ze hebben gevoeld.
Dit is een illusie, maar wel een hele krachtige en overweldigende illusie. Het
Boeddhisme omschrijft diverse soorten van illusie, waarvan de meest wezenlijke
fundamentele duisternis is: illusie over de ware aard van het bestaan. Wanneer
we hierdoor verblind zijn, lijkt het onmogelijk om de grootsheid van ons leven
te vatten, zoals president Ikeda uitlegt:
“Illusie over de ware aard van het bestaan is letterlijk illusie over
de aard van ons eigen leven. Dit is de fundamentele bron van alle illusies.
Als we onwetend zijn wat betreft de ware aard van ons eigen bestaan, dan zullen
we ook onwetend zijn over de aard van het leven van andere mensen.
Aan de andere kant, wanneer onze levens vrij zijn van illusie, kunnen we de
Schattentoren, welke luisterrijk schijnt in alle mensen, en alle wezens, daadwerkelijk
waarnemen. Zo’n ‘open hart’ is de aard van verlichting. Het
‘gesloten hart’ dat ons verhindert om de Schattentoren te zien,
is onwetendheid over de aard van het leven, ofwel ‘duisternis’.
(Conversations on the Lotus Sutra, no. 18)
Het Boeddhisme legt uit dat, ook al lijken zelf en omgeving verschillende
zaken zijn, op het meest fundamentele niveau zijn ze één en onafscheidbaar.
Dit principe wordt scherp geïllustreerd in het leven van verslaafden. Met
een lage dunk over zichzelf trekt een verslaafde vaak vijandigheid aan in zijn
of haar omgeving. Als een verslaafde en zijn familie het probleem weten aan
te pakken bij de wortel tijdens het genezingsproces, dan komt er geleidelijk
steun en harmonie vanuit de omgeving, wat hen op hun beurt weer aanmoedigt om
door te gaan met het herstelprogramma. Welke behandeling ook mag worden toegepast,
tijdens het behandelplan is het van belang dat erkend wordt dat verslaving een
ziekte is van zowel de geest als het lichaam.
Het Boeddhisme leert dat de fysieke en spirituele aspecten van het leven onafscheidelijk
zijn. Wanneer we een probleem bij de wortel aanpakken – de oorzaken zijn,
onwetendheid: van onze eigen schat, hebzucht: angst en het vluchten voor eigen
pijn en woede: niet weten hoe met pijn om te gaan – dan verdwijnt de behoefte
om "het spul" te nemen of de bezigheid uit te voeren,en terwijl het
fysieke welzijn verbetert, wordt het makkelijker om het spirituele welzijn te
handhaven. Het is een volmaakt natuurlijk proces.
Als we geloven dat iedereen de capaciteit heeft om Boeddhaschap te bereiken,
dan kunnen we geen uitzonderingen maken door verslaafden te veronachtzamen,
of ze af te schrijven als hopeloze junkies. Of, als we een verslaafde zijn,
niet te willen veranderen of naar onszelf te kijken.
Aandacht veranderen
De succesvolle behandelingsprogramma’s hebben geen zachte aanpak
van verslaving; er wordt ‘harde liefde’ gebezigd om verslaafden
te helpen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven. Jihi, het boeddhistische
begrip wat meestal wordt vertaald als ‘compassie’, betekent het
wegnemen van lijden en het geven van vreugde. Dat is het beginpunt in de aanpak
van verslaving. Het is niet ‘daarbuiten ergens’ en het is niet ongeneeslijk.
Vanuit de boeddhistische zienswijze is de weg vooruit, het werken naar, zoals
Nichiren Daishonin het zegt, ‘… de kunst te leren om een lang, vervuld
leven te leiden’. (MW-1, p. 102) Als ons beginpunt is om onvoorwaardelijk
respect te hebben voor ieder individu, inclusief onszelf, dan nemen we de eerste
stap om dat te bereiken.
De wijsheid die een individu vergaart door het Boeddhisme te beoefenen kan een
betekenisvolle bijdrage leveren in de vooruitgang tijdens de therapie. Wijsheid
komt voort uit het inzicht dat men krijgt in de oorzakelijke aard van alle verschijnselen,
wat ten grondslag ligt aan het begrip karma. Een diepzinniger begrip van dit
principe stelt ons in staat om een groter gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid
te vestigen. Door de functie van een bodhisattva en een Boeddha te bestuderen,
kan men een dieper gevoel van zelfwaarde en respect voor anderen ontwikkelen,
wat een fundament verschaft om ons karakter te verbeteren en een optimistische
kijk op het leven te krijgen.
Onze boeddhistische beoefening maakt ons bewust van twee kwaliteiten die een
onderling verband met elkaar hebben en genezing vergemakkelijken – namelijk
aandacht maar ook compassie. Aandacht, het hebben van heldere aandacht gericht
op het heden, stelt ons in staat om zonder oordeel gedragingen vanuit gewoonte
te herkennen. Compassie stelt ons in staat om af te komen van schaamte –
het gevoel van tekortkoming of waardeloosheid wat zo hard bijdraagt aan ons
lijden. Het kan worden vergeleken met de vleugels van een vogel: de vleugel
van begrip en de vleugel van compassie. Als deze vleugels zich spreiden kan
men “vliegen” naar een nieuw niveau van bewustzijn en besef waar
angst en schaamte niet langer overheersen.
Door het chanten van Nam-myoho-renge-kyo halen we onze Boeddha-natuur naar boven
en kunnen we de destructieve energie van hebzucht veranderen in een positief
verlangen om onze kennis en hulpmiddelen te delen. We voelen ons gelukkig, in
plaats van jaloers, als er goede dingen gebeuren met anderen. En we ontdekken
dat ook de Boeddha gedreven wordt door verlangen: een mededogend verlangen voor
alle levende wezens om gezond, harmonieus en creatief naast elkaar te bestaan.
“
Menselijke levens zijn geketend door slecht karma, aardse verlangens en het
aangeboren lijden van leven en dood. Maar vanwege de drie inherente capaciteiten
van de Boeddha-natuur – aangeboren Boeddhaschap, de wijsheid om er bewust
van te worden en de actie om het te manifesteren – kunnen onze levens
zonder twijfel de drie eigenschappen van de Boeddha openbaren”. (MW-1,
p.224)
index
This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.
|
|