![]() |
![]() |
|
||||||||||||||||||||
|
Is
het doel om Boeddhaschap te bereiken niet gewoon een naïef ideaal?
Vraag en antwoord uit UKE februari 1998, antwoord door
Mitzi Delnevo Vvertaling Karen de Groot Allereerst wil ik zeggen dat ik denk dat het heel belangrijk is om idealen te hebben. Dikwijls hebben we een ideaal als we jong zijn, maar naarmate ons leven vordert en verandert gaat het op de een of andere manier verloren. Het is buitengewoon moeilijk om een ideaal of een visie je leven lang in stand te houden. Daarom is onze beoefening van het chanten van daimoku en het reciteren van passages uit de Lotus Soetra zo belangrijk. Het stelt ons in staat om onszelf elke dag met de universele wet van het leven te verbinden. Door dit proces kunnen we niet alleen een gevoel van hoop behouden, maar ook worden onze visies en idealen nog meer versterkt dan dat ze naargelang van tijd verminderen. Het denkbeeld dat de meeste mensen in het Westen vaak hebben over Boeddhaschap is dat het een soort ‘bovennatuurlijk’ besef betreft over nirvana, rust en transcendentale krachten. Deels komt dit waarschijnlijk door onze Joods-Christelijke achtergrond. Wij zijn opgevoed met het idee dat God iemand is die beter is en los van ons staat en dus veronderstellen we automatisch dat Boeddhaschap ook iets bijzonders en ‘anders’ is en daarom onbereikbaar is voor ons hier op dit moment. Echter, Nichiren Daishonin leert ons dat ‘het bereiken van Boeddhaschap niets buitengewoons is’, (MW1, p. 259) omdat Boeddhaschap, net als elke andere levensstaat, iets is dat we al bezitten. President Ikeda legt uit dat in wezen: “Het bereiken van Boeddhaschap is niet zozeer een kwestie van het aankomen op een bestemming of het bereiken van een doel, als wel het eigen maken van het proces om voortdurend de wereld van Boeddhaschap in ons leven te versterken… (het) is niet een kwestie van een Boeddha te worden, maar om Boeddhaschap in je eigen leven te onthullen, om vanbinnen het leven van Boeddhaschap te cultiveren”. (UKE dec., 1996, p. 26-27) Voor mij betekent Boeddhaschap gewoon mezelf te zijn, op de meest dynamische
en creatieve manier, zodat ik op zo’n manier verbonden ben met
de maatschappij dat ik waarde kan creëren uit mijn acties, in plaats
van niets of tegenwaarde te creëren. In onze maatschappij is het
veel makkelijker om negatief te zijn dan positief te zijn. Echter, ons
positivisme, onze hoop, is iets dat niemand van ons kan wegnemen –
wij kunnen het alleen onszelf ontnemen. Hoe lang we ook mogen beoefenen, elke dag moeten we vechten; we moeten dagelijks vechten om te winnen. Het leven verandert steeds en dus veranderen onze worstelingen ook. Het is zo belangrijk om niet bang te zijn voor verandering, of om te veranderen, want angst sluit ons af van onze Boeddha natuur. Het houdt ons vast in een starre manier van leven met een ‘strakke agenda’, waardoor we ofwel blijven vastklampen aan wat zo bekend is, ook al stelt het ons niet in staat om te groeien; of dat we in de val lopen door te denken ‘alleen als ik dit krijg of dat heb gedaan, zal ik gelukkig zijn’. Daarentegen, als onze leven gebaseerd is op onze boeddha natuur, kunnen we gelukkig zijn onder welke omstandigheden dan ook. In wezen gaat Boeddhaschap over het vertrouwen te hebben je ware zelf te zijn, waar je ook maar bent en wat er ook gebeurt. Dit betekent het leven zelf echt waarderen. Als we ons eigen leven en dat van anderen waarderen, zijn we in staat om de dingen anders te zien en op een andere manier te handelen – op een creatieve en positieve manier. Echter, vaak verhinderen we onszelf om zo te leven. Bijvoorbeeld, als
we er op gebrand zijn om iets te krijgen, kunnen we onszelf voor de
gek houden dat we gehandeld hebben op basis van onze boeddha natuur,
terwijl we in werkelijkheid de eerste de beste kans aangrepen gebaseerd
op onze emoties of verlangens. Door onszelf te blokkeren met onze eigen beperkingen, in plaats van te erkennen dat de universele wet binnenin ons werkt, beletten we onszelf om de grootse open kracht van de gohonzon te voelen die de boeddha natuur ten volle in ons wakker maakt. Ondanks dit is het echter altijd beter om te chanten en actie te nemen dan om helemaal niks te doen en mettertijd zullen we gegarandeerd gaan zien dat we onze acties niet baseerden op de zekerheid van onze Boeddhaschap. Soms voelen we misschien dat we niet verbonden zijn met onze boeddha natuur als we chanten. Dan kunnen we ons gefrustreerd voelen en denken dat we iets anders zouden moeten voelen dan wat we daadwerkelijk ervaren. Maar we hoeven alleen maar echt te zijn en onszelf te zijn. Soms voelen we de grootse kracht van onze boeddha natuur opkomen als we chanten en op andere momenten voelen we het niet zo. Je hoeft je geen zorgen te maken. Het chanten van Nam-myoho-renge-kyo werkt altijd. Toen ik overspannen en depressief was herhaalde ik de woorden gewoon mechanisch, maar toch had het nog steeds een uitwerking. Chanten verhoogt altijd onze levenskracht, zodat we de patronen die we altijd hebben achternagelopen kunnen veranderen, of we er ons nu bewust van zijn of niet. Uiteindelijk, om Boeddhaschap te bereiken ‘is het voor ons niet nodig om ergens ver weg te moeten gaan, of om iemand bijzonders te worden’. (Conversations & Lectures on the Lotus Sutra, Vol.1, p. 257) Veeleer moeten we gewoon vooruitgaan op hetzelfde pad als dat van de Boeddha – de Lotus Soetra naar ons beste vermogen accepteren en hooghouden, zoals Nichiren Daishonin aangeeft: “… zelfs gewone stervelingen kunnen Boeddhaschap bereiken als ze één ding koesteren: oprecht geloof. In de diepste zin is oprecht geloof de wil om de geest, en niet de woorden, van de Lotus Soetra te begrijpen en er naar te leven”. (MW1, p. 268) Tot besluit, als het een naïef ideaal is om te geloven in de waarde en de uniekheid van je eigen leven, je eigen grotere zelf en om positief te leven in de maatschappij, in gelijkheid met iedereen en geluk te creëren voor onszelf en anderen, dan ben ik blij dat ik dat ideaal heb.
This page was last modified on Sunday, August 20, 2006. |