|
|
De
negen bewustzijnsniveau's
Uit UK Express Mei 1991
Vertaling Karen de Groot
Bewustzijn wordt in het Boeddhisme uitgelegd als het in staat zijn om
te onderscheiden. De eerste vijf lagen van bewustzijn zijn - zicht,
gehoor, reuk, smaak en tastzin. Dit zijn de middelen waarmee we met
de buitenwereld op elkaar inwerken en er indrukken mee opvangen. Het
zijn zo'n beetje onze communicatie- antennes.
In het zesde niveau wordt deze informatie tot een betekenisvol geheel
geïntegreerd. Bijvoorbeeld, we zien een sinasappel, we ruiken het, we
proeven het en we voelen het en we combineren al deze informatie in
ons zesde bewustzijn om te bepalen dat het een sinasappel is. M.a.w.,
deze zes bewustzijnsniveau's hebben te doen met de fysieke feiten van
het leven.
Het zevende bewustzijnsniveau, het mano-bewustzijn - dat komt van manas,
een Sanskrit woord wat 'denken en bepeinzen' betekent - steekt de brug
over van de externe fysieke wereld naar de innerlijke, abstracte wereld.
Hier worden waarde-oordelen gevormd, hier ligt ons vermogen om het verschil
tussen goed en kwaad te onderscheiden en waar begrippen als rechtvaardigheid,
waarheid en schoonheid worden bepaald. Het is ook het bewustzijn waar
we een soort van denkbeeld vormen over ons 'zelf' - ons ego, onze persoonlijkheid,
onze voorkeuren en afkeer etc.
Het achtste bewustzijn, het alaya-bewustzijn - alaya betekent 'opslag'
of 'opeenhoping' - ligt echter nog dieper en heeft een sterke invloed
op de werking van de bewustzijnslagen 'erboven'.Want hier ligt ons karma
opgeslagen, de totaliteit van alle ervaringen, gedachten, woorden en
acties van dit leven en van vorige levens, die de onzichtbare drijfveren
vormen, welke tezamen het 'zelf' vormen. Sommigen van deze drijfveren
worden versterkt door voortdurende herhaling - door gewoontes en diep
ingesleten houdingen, zoals bv. onze sterke en zwakke punten - en zo
vormen zij de kern van onze persoonlijkheid.
Meestal worden deze drijfveren beschouwd als de basis voor de drie acties;
de 'gedachten' of denkbeelden die voorafgaan aan onze daden, woorden
en bedoelingen, en vormt daarvoor de motivatie. Denkbeelden zijn geweldig
veel krachtiger als drijfveer voor acties dan de rede of de wil.Zodoende
hebben deze drijfveren een sterke invloed op onze relatie met de buitenwereld
en met onszelf en overheersen ze hoe we naar andere mensen kijken en
naar ons eigen leven kijken.Maar, omdat ze diep in ons onbewustzijn
liggen begraven, zijn we in de gewone loop van omstandigheden ons niet
bewust van hun oorsprong, of hoe ze onze waarneming kleuren. Inderdaad,
normaal gesproken worden we ons alleen bewust van hun bestaan als een
prikkel van buitenaf een reactie teweegbrengt en ze vanuit het alaya-bewustzijn,
waar ze in een latente staat verkeren, oproept. Ons zelf is als een
aapje die, als het ware, gedwongen wordt te dansen op een melodie van
het alaya-bewustzijn. Het heeft geen wezenlijke inhoud, laat staan dat
het een soliede (betrouwbare) basis voor het leven vormt.
Enkele vroegere of 'voorlopige' Boeddhistische leerstellingen omschrijven
het achtste bewustzijn als de ultieme werkelijkheid van het leven en
beschouwen dat het geheel uitschakelen van karma het allerhoogste doel
is van de Boeddhistische beoefening. Maar in werkelijkheid is dit een
ontkenning van het leven zelf. (illusie)
Tegenwoordig zijn er, zowel mentaal als fysiek, veel hulpmiddelen om
lijden te verlichten, net als dat er beter wordt begrepen hoe lichaam
en geest functioneren. Echter, hoewel deze methodes er vaak in slagen
om mensen een creatiever en meer voldoeninggevend leven te laten leiden,
pakken ze niet het fundamentele probleem van het vestigen van eeuwig
geluk, aan.
Nichiren Daishonin deed dit toen hij het negende, amala of 'oorspronkelijk
zuivere' bewustzijn, omschreef als Nam-myoho-renge-kyo, de ultieme realiteit
van het leven en toen hij het op de Gohonzon optekende.
Met ons leven gebaseerd op Nam-myoho-renge-kyo openen wij de weg voor
de onuitputtelijke levenskracht van de Boeddha van het negende bewustzijn,
om door de beperkingen heen te breken die ons door ons karma, dat in
het achtste bewustzijn ligt opgeslagen, zijn opgelegd. Zo zuiveren we
onze bewuste geest en zintuigen in de eerste vijf bewustzijnslagen en
bevrijden we onszelf om de grote 'sterfelijke wezens' te worden, wat
bedoeld was.
In zijn toespraak op de Eerste SGI Europese Algemene Bijeenkomst in
Taplow op 28 mei 1989, citeerde president Ikeda uit de Ongi Kuden van
Nichiren Daishonin:
"Terwijl we (de vier universele vormen van lijden) geboorte,
ouderdom, ziekte en dood ervaren, als we Nam-myoho-renge-kyo reciteren,
kunnen we de 'welriekende geur' van de vier deugden (eeuwigheid, geluk,
ware zelf en zuiverheid) verspreiden." (Gosho Zenshu, p.740)
Bij deze passage merkte hij hetvolgende op: "De vier deugden, die
de toestand van absoluut geluk en vreugde betekenen, vertegenwoordigen
de hoogste staat van leven die we kunnen bereiken.'Ware zelf' wijst
op de staat van absolute vrijheid waar men van kan genieten als men
het universele zelf manifesteert. 'Eeuwigheid' staat voor de neiging
van het leven om constant vooruit te gaan en te vernieuwen en alle impasses
te overwinnen in een onuitputtelijke stroom van creatieve energie. 'Zuiverheid'
is de levenskracht die voortkomt uit de stromende vitaliteit van het
universele zelf, die het individuele zelf en onze egoïstische onzuiverheden
schoonmaakt.
En 'geluk' wijst op de dynamisch stromende vreugde van het leven, dat
een gerond karakter voortbrengt en vreugde geeft aan anderen. Een persoon
waarvan zijn leven op die manier door de Mystieke Wet wordt verhelderd,
manifesteert het universele zelf. Dit stelt hem in staat om de energie
van aardse verlangens - die geconcentreerd zijn in het individuele egoïstische
zelf - te veranderen in positieve energie. M.a.w., de energie van aardse
verlangens wordt gezuiverd tot stralende wijsheid en compassie en komt
krachtig naar boven om andere mensen en de gehele maatschappij te beroeren."
Dit zijn prachtige inspirerende woorden die ons aanmoedigen om te geloven
dat we nooit bang hoeven te zijn dat een volmaakt vervuld leven buiten
ons bereik is.Wat onze omstandigheden ook mogen zijn, we kunnen onze
menselijke revolutie doen en bijdragen aan kosen rufu. Niets is onbeduidend
wat we middels onze activiteiten of in ons dagelijks leven doen, als
het gebaseerd is op een constante en regelmatige beoefening. Ook al
lijkt het soms dat er niets gebeurd, alsof niks in beweging komt, de
hele tijd halen we 'de Boeddha' naar het middelpunt van ons leven en
dat zal zonder falen onze omgeving beïnvloeden - niet alleen de omgeving
dichtbij ons, maar de omgeving die de wereld is.
Soka Gakkai vice-president Hasagawa herinnerde ons er pas geleden aan
dat, als Bodhisattva's van de Aarde, onze rol zou moeten zijn om een
gevoel van veiligheid, zekerheid en hoop te geven aan mensen overal
- en niet alleen aan leden. Met diep geloof en een sterk ichinen kunnen
we misschien de woorden herinneren van het lied, "De Menselijke
Revolutie":
"Dit is de taak die we durven uit te dagen. Dit durven we te doen
"
index
This page was last modified on Sunday, August 20, 2006.
|
|